20130321 Een toren van kracht!


 Met verbazing stelden we verschrikt vast, dat we al weer 14 jaar wonen in ons “nieuwe” huis.
Dat huis ligt in een rechthoekig hofje, waarin je rond kunt rijden, strak ingeklemd tussen Koningsweg, Bouwmeesterstraat, het kerkhof en een watertje, dat de naam Lindebeek meekreeg.
Er staan 58 woningen van 3 verschillende types  en grootte,  gebouwd door een lokale bouwonderneming.

Destijds is het plan in de markt gebracht als de “Torenhof “ en dat niet zonder reden.
We leven namelijk onder de rook en de slagschaduw van de watertoren en dat doen we overigens met veel plezier. Vanuit onze  woonkamer zien we de watertoren prominent uitsteken boven de andere woningen.

Het is een robuust gebouw, een betonnen kolos,  van bakstenen opgetrokken. Hij straalt kracht uit.
Met zijn lengte van 40,80 meter is hij het grootste gebouw van Vriezenveen. Dat is nog altijd ruim meer dan de torenspits van de Grote Kerk. De drempel van de watertoren ligt exact op 10 meter boven NAP.
Die betonnen kolos is ons oriëntatiepunt als we van elders weer naar huis rijden. Bij het naderen van Vriezenveen uit verschillende windstreken is het altijd de wateroren die het eerst op de horizon duidelijk zichtbaar vanuit de aardbodem omhoog priemt, een blikvanger. Als we de toren zien dan weten we, we zijn bijna thuis.

Iedereen denkt dat ie rond is maar een aandachtige beschouwing maakt duidelijk, dat hij eigenlijk achthoekig is. Zijn eigenlijke vorm is moeilijk te beschrijven. Hij is gesierd met een glad gestreken  mantel aan de bovenzijde. Uit eigen bevinding weet ik, dat achter deze mantel, op grote hoogte een betonnen, met water gevulde, bak zit. Die waterbak heeft een volume van 295 m³.  Dit hoge water heeft vanaf 1934 decennia lang gezorgd voor de druk op de kraan. Om deze bak heen ligt een smal gangpad waar je rond kunt lopen. Vanaf dit pad kun je via ramen, rondom gans Vriezenveen van alle kanten en van grote hoogte bekijken. Een mooier uitzicht  is er niet.

De functionaliteit van de toren is aan de ontwikkeling van de techniek, moderne drukstations en – pompen, ten onder gegaan. Nutteloos staat hij nu daar. Verkocht aan een buurman, die op deze manier, met instemming van de hele buurt, wil voorkomen, dat hij ten prooi valt aan geldbeluste ontwikkelaars voor (niet gewenste) commerciële activiteiten.

Maar ondanks zijn nutteloosheid staat hij daar, pal en onbeweeglijk,  alle seizoenen,  en trotseert wind en water in allerlei vormen en krachten.
Nog steeds het grootste gebouw van ons dorp, een markant gebouw, afgedankt en zonder enige functie, toonbeeld van  vergane glorie, een historisch document.

Bijna mijn hele leven heb ik in Vriezenveen gewoond. Ik ben er geboren en getogen. Geboren uit gelovige ouders, christelijk opgevoed in huis, kerk en school. Van het begin van mijn conceptie was God er al in mijn leven, eerst onbewust daarna kinderlijk bewust en gegroeid naar enige christelijke volwassenheid. Altijd bewust van Gods aanwezigheid in de wereld en mijn persoonlijke leven. Altijd was Hij daar, sterk als een toren. Hij is als een muur om mij heen, een vast gebouw waarin het goed wonen is. In moeiten en zorgen kun je altijd blijven hopen en bidden tot die Rots, die toren van kracht en trouw, al lijkt de hemel, wanneer moeiten en zorgen zich opstapelen, soms ook van koper. Uiteindelijk komt toch alles goed.

Mijn favoriete gospelartiest Matthew Ward heeft  een eigen muzikale versie van psalm 61 op CD gezet. In het refrein bezingt hij God: “A tower of strength against the enemy. And let me dwell in thy tent forever.”
Op z’n Nederlands: Een toren van kracht tegen de vijand. En laat mij altijd in uw tent mogen verblijven.
Vanuit zijn hoge toren stort God stromen van levend water over ons heen. Tel uw zegeningen dag aan dag.


Dat is mooi, niet waar? Dat alles geeft rust en zekerheid in deze toch al zo gecompliceerde en geseculariseerde wereld.

20140710 naar de “stad”Almelóóóó


Vijftig – vijfenvijftig jaar geleden ging ik met mijn moeder naar “de stad”. Dat was een uitje voor een plattelandsjongen voor wie de wereld toen bij de gemeentegrens van Vriezenveen ophield. We gingen met de trein of bus en legden alles in Almelo te voet af. Voor kleine beentjes waren dat grote kilometers. In de stad was alles groter en indrukwekkender. 
Vandaag, vakantie en oppasdag voor opa en oma op Nanieke, dochter van onze kostwinnende dochter, gaan we weer, nu hoog en droog gemotoriseerd, naar Almelo. Gingen we vroeger naar “de stad”, nu gaan we naar Almelóóóó. Hoe zou dat toch komen? Het doel is hetzelfde, de sfeer, de inrichting, de beleving en mensen zijn anders dan vroeger. We zwerven over de markt op zoek naar Looms bandjes. Bij een special daarvoor ingerichte kraam, mag Nanieke uitzoeken welke ze graag wil. Looms bandjes is de huidige rage van de bedwelmende elastieken verslaving der kinderen. (De incubatietijd is voorbij, de woede van de rage ebt straks weg en dan komt er weer wat anders) Moeders, vaders, opa’s en oma’s slepen dit goedje met bakken de winkel uit. Volgens mij worden uitgekookte mensen hier stinkend rijk van. 

Even verderop duiken oma en Nanieke een bijouteriewinkel in met allerlei versierselen en snuisterijen . Nanieke krijgt een mooi hangertje. Opa gaat tegenover de ingang lekker op een bankje zitten en spaart zijn knieën. 

Ik geef me daarbij over aan mijn favoriete sport, geen brommers – maar “luie kiek’n”, wat zoveel betekent als het observeren van mensen. Nederland kent niet het kasten - systeem maar ik zie in die korte tijd wel de hele gelaagdheid van Neerlands bevolking in geuren, kleuren en smaken aan mij voorbij trekken. Mensen zijn zó verschillend. Het gelaat is de spiegel van de ziel en daaruit kun je al heel wat opmaken. Uit mijn ambtelijke baan weet ik redelijk goed de mensen te “taxeren” mensenkennis, ervaring en enig psychologisch inzicht, dat een ieder wel gegeven is. Op basis van hun voorkomen deel ik ze in op maatschappelijk classes met bijbehorende intelligentieniveaus, gedragsregels en normen en waarden. Daar zitten ook classes bij die niet mijn classes zijn en ook nooit zullen worden. Dat is geen arrogantie maar louter instandhouding en bescherming van mijn eigen leefwereld. Ik heb zo mijn ervaringen. 

De ampele observatie van 10 minuten leert mij bovendien dat meer dan de helft van de bevolking te dik is. Naar mate de leeftijd hoger is gaat het dikte - percentage omhoog. Mannen met bolle buiken en vrouwen met gigantische gevels, met kennelijke onverschilligheid over hun gezondheid, totdat…..
Ook trekken opgedirkte dames voorbij, glad en strak in de plamuur met het neusje in de wind. Hoe zouden die ’s ochtends hun bed ontstijgen? Verder ranke slanke, op eieren lopende jonge meisjes, die groter willen zijn dan ze nu al zijn, met kurken hakken van wel 10 cm hoog.

Tot mijn grote geruststelling stel ik vast dat het merendeel van de mensen zijn zoals u en ik, netjes uitziende, goedgeklede en uiterlijk goed verzorgde mensen. Ik voel mij op mijn gemak, zelfs hier in Almelo. Om dat feit te vieren drinken we bakje koffie op terras en vegen we bij Talamini de mond af met en Stragiatella - ijsje. 

Voldaan en een ervaring rijker gaan we weer naar Vriezenveen, thuis, daar is het nog vééél mooier dan in Almelóóóó.

Theïstische evolutie en/of Evolutie Theorie

Tyrannosaurus rex
Vroeger speelden we voetbal op straat. Nu zitten jongeren achter hun PC's  en spelen ze in een virtuele jungle waar ze met zware wapens schieten op dino' s, die mensen verslinden als hapklare brokken.

Vorig jaar werd al aangekondigd, dat er dit jaar vanuit Amerika een Thyrannosaurus rex naar Nederland komt. Ho, ho, geen paniek, het gaat hier slechts om gevonden en in elkaar gesleuteld geraamte.

Ook las ik een bericht, dat ze in Argentinië botten hebben gevonden waarvan ze menen, dat die afkomstig zijn van een Tyrannosaurus. Dat is de grootste dinosaurussoort. Goed voor een lengte van 40 meter, van kop tot staart, met een hoogte van 20 meter. Zo wordt beredeneerd, dat zijn gewicht ca. 77 ton moet zijn geweest, evenveel als dat van 14 olifanten. Het dier leefde 90 tot 100 miljoen jaar geleden.

Creatieve archeologie staat garant voor sappige verhalen en vindt gemakkelijk gehoor bij goedgelovige of overtuigde evolutionisten. Oh… ik ontken heus niet, dat er dinosaurussen, mammoeten en nog andere onbekende giganten hebben bestaan. Maar het verhaal achter die Argentijnse botjes is haast nog groter dan het beoogde object zelf. De archeologie heeft al vele  dinosaurussoorten weten te definiëren en allemaal krijgen ze hun eigen verhaal mee.  Alleen…., niemand heeft er ooit één gezien. Alleen wat resten, botten en tanden.

Op basis van dit opgesmukte verhaal concludeert deze ongeletterde archeoloog, dat de grootste rugwervel van die tyrannosaurus een doorsnee moet hebben gehad van een wiel van een Jumbo 747. Tot zover mijn bijdrage aan de archeologie.
En mocht het verhaal niet - of niet helemaal waar zijn, dan kan die fantast(ische) archeoloog altijd nog wel werk vinden als innovatief medewerker bij Technisch Lego of in de speelgoed - of filmindustrie.

Theorieën
Evolutionisten willen ons doen geloven, dat de homo sapiens zich in de loop der tijden, van viervoetig naar tweebenig omhoog heeft geknokt en zich heeft ontwikkeld tot een zelfstandig en weldenkend mens. En nu, iets wijzer geworden, zoekt hij naarstig naar zijn oorsprong en die van zijn omgeving.

De theorieën over het ontstaan van mens en wereld hebben geleerden al eeuwen bezig gehouden. In die discussie stonden tot dusverre creationisten en evolutionisten tegenover elkaar.

Maar nu zijn er wijze mensen van christelijke huize, die menen dat beide leren goed samengaan. Zij spreken dan zelf over een "theïstische evolutie" en ze hebben er een boek over geschreven. Zo proberen ze de nog onverklaarbare leemtes omtrent "de Schepping" in te vullen. Dat lijkt op zich een nobel idee.
Op een symposium in Amersfoort werd er gediscussieerd over de vorm hoe "het ontstaan" nu moet worden doorgegeven aan de volgende generatie. Sommigen waren er uitbundig over. Maar de meningen waren verdeeld in voor en tegen of geen mening. En dat was uiteraard te verwachten. Gevestigde meningen verander je nu eenmaal niet in een achternamiddag.

Ik heb dat boek niet gelezen en zal dat ook niet doen. Als simplistische en al enigszins opgerekte elastische creationist, met de Bijbel in de hand, wil ik mij niet verder in geestelijke verwarring laten brengen.

Definitie Creationisme:
Wat geloof en belijdt je als je creationist bent?
Er zijn meerdere zakelijke definities te vinden van wat het creationisme inhoudt.
De volgende spreekt mij wel aan;

"Het Creationisme, begrepen in de zin van de scheppingsleer, is de religieus geïnspireerde overtuiging of opvatting dat het universum en de Aarde maar ook alle planten en dieren alsmede de mens hun ontstaan hebben te danken aan een bijzondere scheppingsdaad. Deze scheppingsdaad impliceert een Schepper en kan worden gezien als een vrij plotseling en eenmalig gebeuren dan wel als een geleidelijk en voortgaand proces."[1]

Hoe de God de Schepper dat grote werk tot stand bracht is beschreven in de bijbel in Genesis.
Dat is voor mij een waarheid en een betrouwbaar gegeven en de basis voor alles wat er leeft.
Dat scheppingsverhaal laat zich nimmer volledig wetenschappelijk te verklaren.
Dat grootse gebeuren gaat nu eenmaal elk menselijk voorstellingsvermogen te boven.
Als vermetele christelijke wetenschappers "het ontstaan" zo dicht mogelijk verklarend willen benaderen, komen ze uiteindelijk toch uit bij de God van de bijbel en anders..... lopen ze vast.

Oh ja, ik heb wel eens horen verluiden, dat....
ze Charles Darwin vroegen, aan het eind van zijn leven, hoe het nu precies zat met zijn Evolutie Theorie. Hij zou hebben gezegd: "ja, ja, 't is een mooi verhaal".
Ook Darwin was slechts een mens en begrensd wetenschapper.




[1] ontleent aan internet Wikipedia

20140806 dèn Kjompoeter

Bijna in elk huis van Nederland staat er tegenwoordig wel één. Zo’n kunstmatige brainbox, die de werking overneemt van menselijke hersencellen. Mijn moeder (1996†) heeft het bestaan van dat toenmalige premature apparaat nog meegemaakt. Zij noemde hem steevast “dèn kjompoeter”. Ze wist er helemaal niks van maar dichtte dat dekselse digitale toverdoosje toen al ongekende mogelijkheden toe. Alles wat niet kan gebeurt alleen in Amerika of komt uit “dén kjompoeter”.

Zijn de menselijke hersencellen in kwabben verdeeld, die langzaamaan vol slibben, dat apparaat slaat alles op en registreert en archiveert het feilloos in sectoren. Als dat vol raakt breidt je gewoon uit. Een computer is bestand tegen Alzheimer maar kan wel een griepje oplopen (virus)

Mijn eerste kennismaking met ’tapparaat stamt uit de jaren 1972-75. Ik werkte als debiteurenadministrateur bij een bedrijf dat besloot een computer aan te schaffen. Die stond in een speciale kamer voorzien van een Klima -Anlage (gekoeld). Hij was een meter of 7 lang, stond in een U-bocht constructie, anders paste hij d’r niet in. Aan de voorkant stopte je er een stapel gestanste ponskaarten in (elke kaart is een factuur) en aan de achterkant kwam er een lange lijst papier uit, dat zich zigzaggend zelf opvouwde. Alles bij elkaar kostte de aanschaf en inrichting een kleine 1 miljoen gulden.



Tegenwoordig vul ik mijn werkdagen zittend achter een computer. Ik surf, snuffel en speur in alle mogelijke systemen om te ontdekken wat anderen graag verborgen willen houden.
De ontwikkeling en mogelijkheden van de computer van deze eeuw zijn groter dan de hele geschiedenis van de voorgaande mensheid.
De computer is een encyclopedie waar de hele wereld aanhangt. De ontwikkeling van de computer heeft gezorgd voor een hele nieuwe branche maar heeft ook vele mensen brodeloos gemaakt. Mensen werden vervangen door computer aangedreven machines.

De computer heeft de mensheid beter gemaakt. Elke ontwikkeling heeft echter ook zijn keerzijde. Elke ontwikkeling loopt nagenoeg parallel met criminele creativiteit, misbruik, valse informatie en hackers. Houdt het onrecht dan nooit op?
Wie had ooit kunnen denken dat ons nederig stulpje nog eens zou zijn gesierd met een computer,een tablet en twee digitale telefoons. Eén handzame digitale telefoon van een goeie honderd euro kan duizenden keren meer dan dén kjompoeter van 1 miljoen gulden uit de 70-er jaren.

Voor mijn werk reis ik met openbaar vervoer. In de stiltecoupé zit iedereen voorovergebogen op een laptop of digitale telefoon te staren. Ik schud daarbij meewarig mijn hoofd. Soms betrap ik mij erop dat ik neiging tot hetzelfde virus heb.
Maar vooralsnog lees ik nog steeds een mooi boek in de trein. In een boek kun je gevoel leggen, personen beschrijven gedachten uitbeelden en veel meer. Ik kan mij daarin verliezen.
Wist u trouwens dat er ook al E-readers of bookreaders zijn. Ach nee hè. Nog een apparaatje d’r bij misschien? NEE!

20140730 Strammigheid der lendenen.

In maart 1973 zijn we getrouwd en kwamen te wonen in Vroomshoop. Dat was mogelijk omdat mijn vrouw daar een economische binding mee had. Ze werkte bij een lokale fotograaf annex slijterij. Dat is een vreemde combinatie, die zich laat verklaren uit de zakelijk verwezenlijkte hobby van de fotograaf en de oorspronkelijke zaak van zijn vader.

In 1974 ging de fotograaf op vakantie en zaten wij gedurende die tijd “op de zaak.” De toenmalige tijd was de stilzwijgende voortzetting van de flower – power periode en werd o.a. gekenmerkt door de Beatles, baarden, bier en Beerenburg. Dat laatste werd door mij en maten matig, echter wel regelmatig genuttigd en dat werd in het algemeen als zeer heilzaam ervaren voor lichaam en geest.

In de slijterij achter het schap zat een luik, dat toegang gaf tot een kelder. In dit onderaards gewelf stond een groot vat waarin “eigen” Beerenburg werd getrokken. Dit ging op basis van jenever met 35% alcohol waaraan Beerenburg kruiden werden toegevoegd. De tijd deed de rest.

Deze kruiden waren strak en luchtdicht verpakt in papieren zakken. Deze zakken waren wit van kleur en geheel bedrukt met Oud - Hollandse gekalligrafeerde blauwe letters, net een Delftsblauw tegeltje. Er stond beschreven welke kruiden erin zaten en er werd een lethargische opsomming gegeven voor welke klassieke kwalen en enge ziektes dit goedje een probaat bestrijdingsmiddel was. Daarvan is mij slechts één aansprekende kwaal bij gebleven, namelijk: “strammigheid der lendenen”. Deze intrigerende term speelt nu al 40 jaar door mijn hoofd. Ik weet niet wat het is en toch meen ik het soms te voelen.

Toen ik vanmorgen wakker werd had ik een onbestemd gevoel en ik dacht…… het zal toch geen strammigheid der lendenen zijn?
Na 40 jaar heb ik dus nu besloten om het geheimenis te ontcijferen en daarvoor klim ik nu in de wondere wereld van World Wide Web en goochel ik wat met Google. Er blijken zelfs meerdere oudere geschriften te zijn die de term strammigheid en lendenen kennen. Eén toepasselijke wil ik u niet onthouden. Daarin staat de term prikkelende term “verlustigen” centraal.

Het kind wil als jongeling zich in wijderen kring, de man in het bezit ener gade en geliefde kinderen, de grijsaard in de bloei zijner zonen, die zijnen plaats bekleden, verlustigen; al krommen zich de lendenen, al weigeren de stram geworden leden hun dienst, nog vormen zich de plannen voor de toekomst.”
Deze cryptisch dan wel komische tekst betekent m.i. zoveel als: of je nou jong of oud bent en stijf en stram, je hebt er nog zin in… in eh… oh sorry, de toekomst.

Deze beschrijving voldoet niet aan mijn onbestemde gevoel van vanmorgen en daarom ban ik, na 40 jaar, per heden de term “strammigheid der lendenen” uit mijn hoofd en ik vervang mijn onbestemd gevoel door het Twentse “sloerig in de rakkert”. En wat dat is…? ja, dat is weer een lang verhaal maar ja, dat mag u nu zelf uitzoeken.


Ik neem vanavond toch maar even weer één heilzaam medicijntje: ……….een Beerenburgie.

20140225 Echte schoonheid zit van binnen

Al weer een poos geleden sprak mijn zoon over een ouder persoon, die hij een “mooi mens” noemde . 

Ik kende die persoon, redelijk dichtbij en toch op enige afstand en vooral bij mij bekend vanuit achtergrond geluiden. Mijn eerste gedachte was: “echt niet, oud, klassiek en stug” 

Totdat wij haar en haar man eens tegenkwamen  en er een kort gesprek ontstond. Dat was kort maar heel hartelijk en open en ik keek nog eens goed. Ik zag toen pas wat mijn zoon eerder bedoelde.

Oppervlakkigheid , vooringenomen meningen en snelle conclusies leiden vaak tot verkeerde inzichten. 
Om mensen echt te leren kennen moet je met hen en met jezelf in gesprek.


Echte schoonheid zit van binnen en van je kinderen kun je nog wat leren!

12,5 jaar getrouwd

Op 27 september 1985 waren we 12,5 jaar getrouwd. 
Om er samen, met onze 4 kinderen een mooie dag van te maken, hadden we een dagje Rotterdam gepland. 
De Euromast was zowel in figuurlijke als letterlijke zin het hoogtepunt van de dag. 
Voor ons, nuchtere plattelanders uit het oosten, was die toren, daar in het onbekende westen, een uitdaging en had zo' n grote uitstraling alsof 't wel het Empire State building van Nederlands New York was, het Manhattan aan de Maas.
   


In etappes naar 't toppie van de toren,
de liftboy bracht ons naar behoren
in zo'n doorkijk bakkie, achter heel dun glas
naar de grote hoogte van z'n absolute top,
de praatjes waren nu wel over,
en al onze overmoed was op
want hij vergat ons van tevoren
te zeggen hoe spannend dat wel was.
Bangig vroeg ik: hoe hoog, 75 meter?
Ja zei hij, HONDERD 75 meter! dat wist hij beter.
Oeps.., zo'n domme vraag, als die keer
stel ik hopelijk nu nooit meer.

De Mol is dood

20140405        Mol (1)
 Wie is de mol” is een programma, dat grote populariteit geniet. Daar zoeken vermeende mollen in idyllische oorden naar de mol in eigen gelederen.

Ik was ook op zoek naar een mol. Die zoektocht beperkte zich echter tot de sierlijke  zode van ca 50 m² achter mijn woning, die algemeen wordt aangeduid als gazon. Ieder jaar proberen we daar weer iets moois van de maken.

Nu had een onzichtbare onverlaat, een mol (Talpa Europaea) mijn gazon ontsiert. Dus bond ik een strijd aan, die 3 weken heeft geduurd. Gedurende die periode heeft hij onzichtbaar een heel metrostelsel van jaaggangen en mollenritten aangelegd in een tempo waar ze in Amsterdam en Rotterdam jaloers op zijn. Het is onvoorstelbaar hoe zo’n nietig dier van maximaal 145 gram zulke grote hopen kan produceren. In no time zaten er zeker 20 molshopen in mijn tuin. 

Na slechte ervaringen met een mollenklem (klemde geen mol maar wel een vinger) ben ik overgegaan tot drastische maatregelen, uitroken en verdrijven. Na elke productie van een molshoop drukte ik er een flink stuk carbid in met een kwak water en voerde ik, op een laag-bij-de-grondse-manier, mijn eigen chemische oorlogsvoering. Uiteindelijk koos de mol het hazenpad omdat ik zijn territorium vergaste. 
Ik denk, dat mijn buurman nu de strijd mag aanbinden. Alvast succes gewenst. Ik prijs mezelf om mijn diervriendelijke bestrijding al heb ik ‘m wel eens dood gewenst.

De vraag die ik me gedurende die periode stelde: “wie is mijn mol?” kan ik niet beantwoorden. Ik heb hem nóóóóit gezien!

20140515        Mol (2)
Mijn ontsteltenis is groot . De Talpa is terug.

20140522 Hoeree… de mol is dood. (3)

Eindelijk… is het dan zover.
De mol,
die wekenlang ongenood ronddoolde in mijn tuin,
mijn gazon perforeerde
mijn humeur ondergroef,
grote hopen produceerde  en
zo’ n 20 zwarte gaten achterliet
…….hij is niet meer!

De mol is nu het haasje,
hij heeft het loodje gelegd,
ik heb hem “klem” gezet.

Ik weet niet of het een pa-mol dan wel een moe-mol is.
Ik zou niet weten wat het verschil is.
Ik heb me er alleen van vergewist dat ie echt dood is.

Een 2e klem heb ik nog even laten staan,
je kunt het nooit zeker weten


 …...want mollen zijn net konijnen.

20150924 Engbertsdijksvenen. In internationale belangstelling

Sinds anderhalf jaar zijn mijn vrouw en ik verslingerd en verslaafd aan wandelen. Bevrijdend bewegen in puur natuur en breeduit snoevend snuiven, laten we ons breeduit ademend graag bedwelmen door zware bosluchten en  moeras -  en veendampen. Bossen en heuvels van laatglaciale stuwwallen, benoemd als bergen, worden bevochten en beklommen. 

Iedere week ergens wandelen in Twente of Salland en we gaan gretig op in de natuur van gratis wandelroutes, uitgezet in aangewezen natuurgebieden onder beheer van erkende natuurorganisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Landschap Overijssel en nog andere geroemde landsschappen die onze regio rijk is, zoals Landschap Twente en - Twickel.

In onze "looptijd" ontdekten we de schoonheid van de vele mooie natuurgebieden. Daar hadden we eerder minder notie van. Onze kennis van de voorkomende flora en de fauna is fors verbreed. We kennen de hoogtepunten der seizoenen, de tijden van adders, kikkers, broedvogels en doortrekkers, vlinders en paddenstoelen. En alles wordt fanatiek vastgelegd op de gevoelige plaat, bestudeerd en gedefinieerd.
En aan één van die gebieden hebben we ons hart verloren. Daar zijn we regelmatig te vinden. Het is onze thuisbasis op natuurgebied en we zijn er zeer regelmatig te vinden.

De Engbertsdijksvenen, nagenoeg geheel gelegen binnen onze eigen gemeente Twenterand. Het is een uniek natuurgebied van ca. 1000 ha groot, dat ingeklemd ligt tussen de plaatsen Kloosterhaar, Bruinehaar, De Pollen, Sibculo  en Westerhaar - Vriezenveensewijk. Plaatsen die de historie van veen en de ontginning in zich dragen. Dat deden mannen, in blauwe kielen en zwarte manchester broeken, op klompen met de pijp in de mond of een pruim achter de kiezen, die zuchtend zwaar werk verrichten voor schamel loon en turf staken, dat werd weggevoerd in zompen over veenkanalen.




"De Engbertsdijksvenen" is een groot afgegraven veengebied met heideterreinen en moerasssen en grote veenplassen. Het kent ook hogere zanddelen en is één van de weinige plaatsen in Nederland waar nog actief hoogveen is. Het wordt genoemd in het Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000.  Op internet is veel informatie te vinden over dit zo unieke gebied.

Op enkele plaatsen langs de randen van dit grote gebied zijn wandelroutes van verschillende lengtes uitgezet. Het hart wordt beschermd en daar vinden plant en dier rust in hun natuurlijke habitat.
In onze omgangen zijn de steeds weer terugkerende en seizoengebonden natuurtaferelen op foto en film vastgelegd. Adders; die zich in de ontluikende lente lekker laten opwarmen op schuine walkanten onder loodrechte zonnestralen. Of heidekikkers die zich gedurende enkele dagen onder luid gekwaak massaal en ongegeneerd en niet zo nauw kijkend in paringsdrift de liefde bedrijven. Ze krijgen daarvan niet het schaamrood op hun kwakende kaken maar kleuren wel van opwinding gedurende die dagen helder blauw.

Bij onze wandelingen in dit unieke gebied en bij die zo bijzondere gebeurtenissen komen we vaker mensen tegen met dure camera's en grote telelenzen. Ze komen van heinde en verre en zijn bekend met het unieke van de Engbertsdijksvenen. Zo spraken we veel mede - amateur fotografen maar ook professionele - die werken voor tijdschriften of kranten. Mensen uit alle streken van Nederland, maar ook uit Duitsland en België.

Vorige week troffen we een vrouw, die op hurken gezeten en  gewapend met een niet goedkope camera, laag bij de grond prachtige plaatjes maakte van heide en zwarte zandgronden. Het was een keurig geklede nette vrouw van ca. 35 -40 jaar. Ze was een Poolse en sprak goed Nederlands met een vreemd accent. Ze werkte voor een internationale Pools toeristisch  maandblad. Ze was een poosje in Frankrijk en België geweest voor natuurfotografie. Ze was nu twee dagen in Nederland en ze bleef nog een week. Ze kwam nu naar de Engbertsdijksvenen omdat ze had vernomen van dit unieke natuurgebied in Nederland. We hebben daar ruim met haar over doorgesproken.

In haar werk bezocht ze alleen de meest bekende natuurgebieden van die andere landen. Ze was verder erg onder de indruk over de goede staat van onderhoud van die gebieden. Ze zei nadrukkelijk, dat de mensen in Nederland veel zuiniger met de natuur omgaan dan de Polen.
De Engbertsdijksvenen is inderdaad uniek in zijn soort. Ja, wij wisten dat al.


Maar nu is het ook internationaal bekend en tot in Polen doorgedrongen.

20130727 Middelmatigheid

 Na een snikhete ochtend zijg ik na het middageten neer. Ik nestel me in mijn gebruikelijke en aangename positie op de bank. Inmiddels hebben zware wassende wolken de zon verdrongen en het felle licht gereduceerd tot schimmige schemer. Onder het geluid van ruisende regen en rommelende donder laat ik me wegdrijven in een doezelende dommel, in een wereld tussen waas en werkelijkheid.

Opeens schiet er als een bliksemflits met donderend geraas een gedachte in mij omhoog :
“Hé jij, wie ben jij, wat heb jij gedaan op deze aardkloot waardoor men zich jou blijvend herinnert, waar  BLINK JIJ IN UIT?”

Deze vraag houdt mij, met gesloten ogen en een half verdoofde geest, enige tijd bezig. Ik ga op zoek in mijn hoofd waar ik mijn sporen in de samenleving heb achtergelaten. Ja, ik heb wat bestuurlijke functies uitgeoefend, meerdere keren ouderling - scriba geweest, schoolbestuurslid, gewerkt bij de politie en daar van alles meegemaakt, …..ach, dat verdampt ook maar als druppels water op een gloeiende plaat, maar…… blink jij ergens in uit?

Ik kom tot de conclusie, dat ik niet de geschiedenisboeken in zal gaan. Ik blink nergens in uit. Wat een trieste constatering. Ik ben niet tevreden met die gedachte en denk, sluimer, overpeins en pijnig mijn verdoofde geest om iets positiefs over mezelf naar boven te halen. Ik kom er niet uit. De nood wordt zo hoog, dat er bijna wakker van wordt. En dan…….  opeens valt er wat van mij af, het wordt weer licht(er) in mijn hoofd: Eureka, ik heb het toch gevonden;

Ik blink uit in ……….. MIDDELMATIGHEID!.
Ik slaak een zucht van verlichting. Ik voel mij ineens niet meer alleen, want ik heb vele medestanders… namelijk, de rest van ’s werelds bevolking.
Dat ik niet de geschiedenisboeken in ga, is dan ineens niet meer zo belangrijk. Hier kan ik mee vooruit.
Voldaan ben ik opeens weer klaar wakker.

20150929 heterdaadje - uit de oude doos

In de jaren 1981 - 84 werkte ik bij de Rijkspolitie te Westerhaar. Dat was ruim voor de reorganisatie van de Rijks - en Gemeentepolitie, die opgingen in de regiopolitiekorpsen. Vele kleine politiebureaus op het platteland werden gesloten en dienders werden overgeplaatst naar grotere bureaus / plaatsen.

Ik woonde destijds in Westerhaar met mijn gezin in een dienstwoning. Via de garage was er een doorgang naar het bureau. De telefoon, de voordeurbel en de celbel konden allemaal doorgeschakeld worden naar mijn woning. In deze tijd is dat nu ondenkbaar.

Op een zondagavond na einde dienst opende ik de garagedeur van bureau Westerhaar om de politieauto, een Volvo 340, te parkeren. Ik stapte weer in en hoorde via de mobilofoon over een achtervolging op de Rijksweg N36. Ik vroeg om nadere informatie. Het bleek, dat er een BMW was gestolen te Almelo. Deze reed in de richting Vriezenveen. Even later een bericht van de collegae Vriezenveen, dat de BMW nu richting Westerhaar rijdt en zij reden (tuften) er met de bus (prematuur model VW Transporter) achteraan; een ongelijke strijd.

Ik gaf de meldkamer door, dat ik naar de oprit van de N36 te Westerhaar zou rijden. Ik posteerde mij aan het eind van de oprit en doofde de verlichting. Ik vroeg de andere collegae wanneer ik de BMW kon verwachten. Ze hadden hem inmiddels uit het oog verloren en zeiden, dat het "bere" hard ging. Ik moest er maar vanuit gaan, dat de eerstkomende auto de gestolen BMW zou zijn.

Op enkele honderden meters afstand zag ik opeens twee koplampen na een flauwe bocht opdoemen. De auto naderde met hoge snelheid. Ik liet hem naderen tot ca. 100 meter en zette  de politieauto pontificaal, dwars en midden op de weg en deed ineens alle "lichten, toeters en bellen" aan. Ik merkte dat hij schrok. Ik zag hem even slingeren en in een reactie nam hij de afrit aan de andere kant. Ik volgde direct en aan het eind van de afrit zat ik er kort achter omdat de BMW moest wachten voor ander verkeer. Ik had voortdurend contact met de meldkamer en gaf elke ontwikkeling door. De BMW bestuurder sloeg vervolgens rechtsaf, richting Sibculo maar stopte na 20 meter. Hij zette de auto aan de kant. Ik stopte weer 10 meter achter hem.

Ik zag, dat de bestuurder driftig uitstapte, hij liet het portier open en kwam als een dolle stier in mijn richting. Hij droeg een bruin leren jasje en ik zag, dat de voering van zijn jaszak eruit hing. Alles gaf ik door aan de meldkamer. Ze maanden mij tot voorzichtigheid. Ik dacht, dat die gast wel eens iets gepakt kon hebben, mogelijk een wapen.

Ik opende het portier en met één been binnen en één buiten de auto richtte ik het dienstpistool, over het geopende portier heen, op de gebelgde BMW bestuurder. Ik riep hem toe: "Halt politie, handen omhoog". De man stopte prompt en ik liep gewapend in zijn richting. Ik sommeerde hem om te draaien en liet hem naar de BMW lopen. Hij moest zijn handen breed gespreid op de kofferbak plaatsen, de benen achteruit en eveneens breed gespreid. Zo stond hij vooroverhellend (volgens het boekje) in onbalans.
"En nu blijven staan" zei ik, wachtend op de hopelijk snel komende collega's.


Ik weet niet hoe lang ik daar gestaan heb, maar ik vond het uren duren. De collega's kwamen en boeiden de man en voerden hem af. Tijdens het onderschot houden is er door beiden niets gezegd. De spanning van beiden hing bijna voelbaar in de lucht.

In die jaren 80 werd er met een "bakkie" breed naar de politieberichten geluisterd. Men had via 't bakkie alle mobilofoon verkeer meegekregen en was naar de plaats van actie getogen. Ik had ze niet horen komen en was door hun aanwezigheid verrast.
Maar dat applausje deed me goed en is nog steeds een prettige herinnering aan een mooie tijd.


Eindelijk kon ik het pistool laten zakken en me omdraaien. Toen pas zag ik op enige afstand een groep van enkele tientallen mensen staan kijken en zowaar ......... ik kreeg een staande ovatie.

Inspiratie

Een schrijver leeft op inspiratie. Dus zonder inspiratie geen geschrijf. Inspiratie laat zich niet plannen en voert een eigen en een niet te bepalen agenda.

Een schrijver die zich vastlegt op een vaste periodieke productie kan wel eens een groot probleem hebben. Hij zoekt naar inspiratie, peinst en piekert, haren rijzen hem ten berge, hij vindt het niet en komt uiteindelijk uit bij de grote broer van de inspiratie: de frustratie.

Ik mag graag dingen van mij af schrijven. Ik zoek ook wel eens bewust, tegen beter weten in, naar inspiratie. Wanneer het niet komt laat ik mij echter niet frustreren. Ik wacht geduldig af, in de overtuiging, dat het vanzelf wel weer komt.

Inspiratie wordt onbewust ingegeven door bezielende  ideeën waarin jij je laat meedrijven door creatieve gedachten, die leiden tot bevlogen verhalen of columns.

Het eenmaal gevonden punt van inspiratie wordt vertaald in wollig lyrisch taalgebruik en gaat gepaard met gevoelsargumenten, die de lezer moet raken. De  inspiratie moet wel getoetst worden aan realisme en achtergrondinformatie, wetenschap en de historie van dat punt om enigszins betrouwbaar over te komen.

Dat alles moet leiden tot een schrijverij die lezers moet verleiden tot genoegzame instemming of zo u wilt, afwijzing. Het gaat erom, dat het wat met iemand doet of raakt en dat de lezer vervolgens met zichzelf in gesprek gaat. Ooit las ik, dat een column moet voldoen aan bepaalde eisen. Het moet een pittig of aansprekend onderwerp hebben met scherpe intrigerende stellingen en het moet daarnaast humor bevatten.

Maar eh…..waarom al dit geschrijf over inspiratie?
Leidt dat niet tot frustratie?
Nee…alleen maar om te zeggen,
dat ik ‘t vandaag ontbeer.
Morgen nieuwe kansen,
....... en dan zien we wel weer!





De boer schoot een kogel door de trouwe kop van zijn koe

We kijken op tv naar de rijke, ruwe natuur van ver afgelegen eenzame gebieden van het Noord -Amerikaanse Alaska. Te zien is een familie die geheel in haar eerste levensbehoeften voorziet. Het is een doorgaande kringloop van zaaien, telen, fokken, kweken, bemesten en bewerken, oogsten, verwerken, slachten en ten slotte eten.

De boer heeft een lichte snik in zijn stem. In zijn oog pinkte een traantje. Hij zegt:
‘Als je ouder wordt, heb je meer respect voor het leven.’

Even later zit het hele gezin smaakvol te eten. Allen doen zich te goed aan een nog dampende schaal met veel bruin gebraden vlees. En de boer hij vertelt nog steeds aangedaan verder: ‘Ik heb deze koe negentien jaar gehad en ik heb haar een derde van mijn leven gekend. Ze kreeg ieder jaar wel een kalf.’

Maar toen de boer merkte dat de koe niet meer in staat was om haar laatste kalf goed te voeden, zette hij haar apart. Hij gunde haar rust en ze kreeg heel goed te eten. Hij mestte haar vet. En toen de koe er weer echt lekker bij zat, schoot diezelfde boer zijn koe, waar hij toch zo veel van hield, eigenhandig een kogel door haar trouwe kop. Hij slachtte haar, verwerkte haar tot diverse soorten vlees en draaide er gehakt en worsten van.

En dat hele gezin wist ervan en ze aten het ongeremd en met smaak en in gedachten eerden ze woordeloos hun allerbeste koe.

En terwijl we naar dit tafereel zitten te kijken, hoor ik iemand met afgrijzen zeggen: 
‘Ach, ach, hoe krijgen ze het in vredesnaam door hun strot.

Is dit nu echte dierenliefde? Of overheerst hier de nuchtere gedachte van het recht op consumptief gebruik van eigen economisch bezit in de omgang van de mens met zijn dier?

Pas stond in de krant dat de consumptie van vlees per hoofd van de bevolking fors terugloopt. Enkele (doorgeschoten) optimistische wetenschappelijke natuurfreaks voorspellen zelfs dat in de toekomst het vlees verdwijnt en geheel wordt vervangen door vleesvervangers waaraan verschillende vleessmaken kunstmatig zijn toegevoegd. Als basisgrondstoffen worden de algen genoemd en wat minder verlokkende enge dieren.

Hoe ga je nu als mens met de dieren om? Behandel de dieren met zachtheid en koester ze. Ga evenwichtig en gewetensvol om met wat de natuur ons te bieden heeft.

Maar wees daarin ook vooral nuchter en neem ook eens een mooi stukje rundvlees.
Is erg lekker! En het beeld van grazende koeien in een groene wei kan mij nog altijd bekoren.


En zo is de kringloop weer rond.