20160214 Van moeite en van vertroosting en van dr. P.


Een jaar geleden werd ik gediagnosticeerd op de ziekte van Parkinson (dr. P.)  

Een progressieve aandoening waarvoor nog geen genezing mogelijk is. 

 Dr. P. kent vele gezichten en bij iedere patiënt is het weer anders.

Je levert in dat  geeft telkens weer verdriet
maar 't drijft mij niet tot wanhoop of paniek;
"Want het lijden van deze tegenwoordige tijd weegt niet op tegen wat ons in de toekomst geopenbaard zal worden".
Wat hierna volgt is mijn gevoel en beleving bij de 1e verjaardag van die dr. P.
Het is een brei van rijmelarij dat geen nog gedicht mag heten. 

Het gaat mij om de inhoud van het verhaal, 
en waar ik in vertrouwen op kan bouwen
en zaols u leest en ziet
ontbreekt ook een beetje humor niet.


1
Die dr. P. is nu sinds een jaar 
mijn onafscheidelijke partner, 
wij vormen samen een niet passend paar 
een ongewenst en storende relatie. 

Ik ken hem dus nog niet zo lang 
maar dr. P. laat zich geheid al gelden, 
geruisloos dringt hij listiglijk en slim 
steeds meer mijn lijf en leden binnen. 

3.
Hij streeft alzo gericht en progressief, 
naar een groter aandeel in mijn leven. 
Hij openbaart zich in mij op zo menig vlak
wat moet ik toch doen tegen al dat ongemak?

4.
Die dr. P bepaalt met gewisse zekerheid 
zelfs de lengte van mijn dromentijd, 
stelt buitengewoon brutaal en ongepast 
's nacht meerdere plaspauzes voor mij vast.
Mijn dolste dromen zijn ook van een korte duur,
'k slaap meestal onderbroken en niet lang 
bij uitzondering hoogstens maar zes uur.

5.
Na zo'n sporadisch ongestoord slaapmo(nu)ment 
wordt ik blij wakker, en met een voldaan gevoel 
geniet ik daarvan in bed nog even lekker na, 
'k ben dankbaar voor zo'n ongestoorde nacht
die, hoe voldaan, opeens nog is gekomen.

6.
Het lijkt wel haast een feestelijke morgen, 
om even te beginnen, zonder denkbare zorgen.
Ik rek en strek mijn trouwe stramme steunpilaren, 
in bed zo lekker lang en heel bevrijdend uit. 

7.
Die beide benen gaan dan rustig buitenboord
anders raakt mijn hoofd en evenwicht verstoord.
Heel vroeg verlaat ik stilletjes het echtelijk bed
waar Gré nog languit en zo lekker ligt te slapen

8. 
Maar toch, ik voel me goed, een hele vent, 
wel bijna voor de volle tachtig procent. 
Heel zachtjes ga ik dan naar benee,
mijn voeten zet ik heel voorzichtig neer,
en daal de trap af, bedachtzaam, tree voor tree.

9.
En daar, zo halverwege, op die trap, 
schiet mij spontaan een lied te binnen,
daardoor ontdaan, ik ben ook maar een mens,
begin ik geluidloos maar toch zo intens
opeens een haast vergeten lied te zingen.

10.
Dat lied, een psalmvers, ooit eens geleerd, 
op school en dat al weer zo lang geleden, 
ontvouwt zijn diepere betekenis, nu heden,
ik ben verbaasd want 't komt er nu toch zo maar uit

11.
Dat vreed', en aangename rust,
En milde zegen u verblij';
Dat welvaart in uw vesting zij,
In uw paleizen vreugd' en lust.
Om vriend en broed'ren spreek ik nu:
Die vrede zij en blijv' in u;........


12.
Die barstensvolle woorden breken open 
en leggen mij hun diep're dingen in mijn hoofd. 
Ik voel die vrede en die rust van binnen 
ze dringen dieper door in mijn gevoel. 
En 't hart, dat pompt die mooie dromen op 
doorstroomt de fijnste vezels in mijn gemoed. 

13.
Die vrede voel ik aan, vervult me en verblijdt. 
Een vrede van berusting en tevredenheid 
voor 't eigen leven in bijzondere omstandigheden
in dankbaarheid voor alles wat je ongevraagd toch krijgt.

14.
"Liefde" is daarbij een magisch toverwoord, 
die liefde geldt vooreerst mijn vrouw en mijn gezin, 
gekregen als geschenk, geen toevallig gelukkig lot.
maar ware zegen, uit genade, van onze goede God. 

15.
"Vertrouwen en berusting" hebben in de dingen, 
die onverwachts je zo maar overkomen.
De acceptatie van positieve ervaringen,
die vallen heus wel mee en stemmen gauw tevree,
maar dan de acceptatie van die negatieve feiten,
die blijven onbeheersbaar aan je lijf en leven slijten
en dat valt voorwaar soms echt niet mee.

16.
Maar dan zijn er van die ongekende dingen,
die stijgen in het leven boven alles uit,
het besef van zulke bevrijdende ervaringen
van Gods vertroostende genade, ooit eens beloofd, (Joh. 3:16)
dat alles, en ook alles, eens weer goed zal komen
voor wie in Hem, de goede God geloofd.

17.
Zo in gedachten kwam ik 's morgens toen naar benee,
bewust dat er zo al weer een nieuw jaar start
met dr. P …. maar ook de Heer gaat met me mee,
'k vind zo m'n rust en vrede, vertroosting voor 't benarde hart.