20130727 Middelmatigheid

 Na een snikhete ochtend zijg ik na het middageten neer. Ik nestel me in mijn gebruikelijke en aangename positie op de bank. Inmiddels hebben zware wassende wolken de zon verdrongen en het felle licht gereduceerd tot schimmige schemer. Onder het geluid van ruisende regen en rommelende donder laat ik me wegdrijven in een doezelende dommel, in een wereld tussen waas en werkelijkheid.

Opeens schiet er als een bliksemflits met donderend geraas een gedachte in mij omhoog :
“Hé jij, wie ben jij, wat heb jij gedaan op deze aardkloot waardoor men zich jou blijvend herinnert, waar  BLINK JIJ IN UIT?”

Deze vraag houdt mij, met gesloten ogen en een half verdoofde geest, enige tijd bezig. Ik ga op zoek in mijn hoofd waar ik mijn sporen in de samenleving heb achtergelaten. Ja, ik heb wat bestuurlijke functies uitgeoefend, meerdere keren ouderling - scriba geweest, schoolbestuurslid, gewerkt bij de politie en daar van alles meegemaakt, …..ach, dat verdampt ook maar als druppels water op een gloeiende plaat, maar…… blink jij ergens in uit?

Ik kom tot de conclusie, dat ik niet de geschiedenisboeken in zal gaan. Ik blink nergens in uit. Wat een trieste constatering. Ik ben niet tevreden met die gedachte en denk, sluimer, overpeins en pijnig mijn verdoofde geest om iets positiefs over mezelf naar boven te halen. Ik kom er niet uit. De nood wordt zo hoog, dat er bijna wakker van wordt. En dan…….  opeens valt er wat van mij af, het wordt weer licht(er) in mijn hoofd: Eureka, ik heb het toch gevonden;

Ik blink uit in ……….. MIDDELMATIGHEID!.
Ik slaak een zucht van verlichting. Ik voel mij ineens niet meer alleen, want ik heb vele medestanders… namelijk, de rest van ’s werelds bevolking.
Dat ik niet de geschiedenisboeken in ga, is dan ineens niet meer zo belangrijk. Hier kan ik mee vooruit.
Voldaan ben ik opeens weer klaar wakker.