20160103 Militaire dienstplicht - lichting 71 - 1

Op deze datum is het precies 45 jaar geleden dat ik moest aantreden voor de militaire dienstplicht. Een goede reden te gaan graven in een grauw - grijze massa van vroegere en vage herinneringen aan de dienstplicht om die op te halen.
Het is een lijvig stuk en t
e lang voor een kort verhaal. Hierbij slechts een inleiding.


De oproeping ter inlijving 
De dienstplicht destijds was militaire educatie binnen een sterk hiërarchisch opgebouwd deel van de samenleving, het leger. Mijn diensttijd is een goede aanvulling geweest op mijn beschermde opvoeding van thuis. Ik kreeg hierdoor een bredere kijk op de samenleving van piepeltjes van allerlei pluimage. Het leerde mij bovendien om voor m' n eigen mening op te komen. Als je dat daar niet doet, dan raak je al snel ondergesneeuwd.

Op 3 januari 1971 verplichtte men mij om 's morgens om 09.00 uur aanwezig te zijn bij de LIMOS te Nijmegen. Dat was bittere noodzaak en van landsbelang. Het land moest namelijk beschermd en verdedigd worden en dat kon kennelijk onmogelijk zonder een wezenlijke bijdrage van ondergetekende.

Voor de zekerheid had men een gratis treinkaartje bijgevoegd. Dit om te voorkomen dat ik, net als een onwillige Jona, misschien de boot zou nemen, en even weerbarstig als hij, de andere kant op zou reizen. Maar ach, voor een van - huis - uit zo'n plichtsgetrouw en mak schaap als ik toen was, bestond daarvoor geen reëel gevaar.

 Zo reisde ik op die dag met een onbestemd gevoel af naar een onbekende wereld, in de wetenschap, dat ik mijn moeder maar nog meer mijn liefje van toen en heden, voor een periode van twee vreesachtige weken, niet zou zien en onderweg deed ik toch nog maar een paar schietgebedjes. Tijdens de treinreis staarde ik machteloos en wat terneergeslagen naar het treinkaartje. Dat treinkaartje was gratis verstrekt en betaald door de minister van Defensie, die mij heel slinks, via eerder ingehouden loonbelasting, daaraan stiekem ook nog zelf aan had laten meebetalen. Deze geslepen methodiek noemt men sociale solidariteit. Op dat onzekere moment echter, was mijn solidariteit aan de Nederlandse staat eventjes niet zo groot.

Kijkend naar het kaartje verweet ik deze hoogedele gestrenge heer hartgrondig zijn slechte timing, het was namelijk de verjaardag van mijn moeder. Dat hij dààr nu geen rekening mee gehouden had! Dat viel me zwaar van hem tegen.
Ik was 19 jaar oud en twee maanden later zou ik 20 worden.

Thuis ontving ik een papier: een "Oproeping ter inlijving". Ik bedacht, dat ik met lijf, leden en geest, voor de duur van anderhalf jaar, een lijfeigene en staatseigendom werd. 

Men verstrekte mij een militair paspoort met rugnummer 510319388. In dit paspoort prijkt van mij een vreemde pasfoto, van een blozend broekie, een nog baardloos blaagje. Achttien maanden later in Duitsland en inmiddels heel wat wereldwijzer zag dat er bij het afzwaaien heel anders uit en veel meer volwassen.

In die tijd was er voor de dienstplicht een uitzonderingsgrond, de zogenaamde "broederdienst". Wanneer er al drie zonen uit één gezin hun militaire dienstplicht (langer dan 13 weken) hadden vervuld, dan waren de vierde en eventuele nog volgende kinderen daarvan vrijgesteld. Het geluk wilde, dat ik de vierde zoon binnen ons gezin was.
Maar jammer dan, zelfs niet één van mijn oudere broers is in militaire dienst geweest.
Ik moest het, als laatste, voor hen allen opknappen.

Het hoe en waarom van de dienstplicht.
De militaire dienstplicht werd na de 2e wereldoorlog ingesteld en noodzakelijk geacht. De WOII was een wereldbrand van een omvang, zoals er nooit één eerder was geweest. Deze brand was ontstoken uit de idiote gedachte van een absolute wereldsuprematie. Die macht, das Dritte Reich, was bij uitstek weggelegd voor één volk, dat zou moeten bestaan uit Super - Ariërs. Dat volk moest zich nog door ontwikkelen en representanten werden daarvoor op uiterlijke kenmerken geselecteerd en op vastgestelde raseigenschappen daartoe gericht gefokt, genetisch verfijnd of medisch gemuteerd. Deze "nicht zu fassen" idiote ideeën, kwamen uit een boosaardig brein, de verderfelijke geest van een schlemielig en smal besnord ventje, der Herr Hitler, oorspronkelijk huisschilder van beroep.

Deze megalomane man wist door macht en manipulatie een heel volk (Duitsland) te verlokken en te verleiden, te indoctrineren en zo te dwingen tot acceptatie van zijn macht en bizarre ideeën. Met zijn karakteristieke mimiek en zijn staccato en sterk articulerend en brallend stemgeluid en zijn spastische armgebaren, zweepte dit komische kereltje de op grote stadspleinen samengedromde volksmassa's op tot extase en massahysterie.

Hij voerde oorlogen op meerdere fronten om die wereldmacht te verwezenlijken. Zo kleurde die gewezen huisschilder de aarde rood; de kleur van bloed, het bloed van wereldwijd tientallen miljoen mensen.
Hij kwam, hij zag maar overwon, Gode zij dank, uiteindelijk toch niet. En die Super - Ariër van hem en zijn wereldrijk, die zijn er gelukkig ook nooit gekomen. Na ruim vier jaren overal dood en verderf te hebben gezaaid op aarde werd hij in het nauw gedreven. En toen er voor hem helemaal geen uitweg meer was weigerde deze Herr Hitler een persoonlijke overgave en pleegde hij, samen met levensgezellin, zelfmoord en wilde hij onvindbaar van de aardbodem verdwijnen door zich te laten verbranden.
De WOII was als een openbaring van een apocalyptische Bijbelse barenswee voor de mensheid, die over de aarde trok.

Na de WO II was er geen brede eenheid en er was slechts een gewapende vrede. Er stonden twee andere grootmachten in gespannen houding tegenover elkaar, het oosten contra het westen. De communistische staten, verenigd in het Warschaupact, onder de grootmacht Rusland, stonden lijnrecht tegenover hun gehate Amerika en andere landen aangesloten bij de NATO. 

De opgevoerde spanning tussen beiden grootmachten kreeg naderhand uiterlijk vorm in een opgetrokken muur, een gehate grens, die dwars door het verslagen en verscheurde Duitsland liep. Deze muur maakte naam als het IJzeren Gordijn. En aan beide zijden van die grens stonden er raketten op elkaar gericht. Die kwamen er steeds meer en meer in een wederzijdse wedijver naar een militair overwicht. Die dreiging van en met alles verwoestend geweld maakte naam als de Koude Oorlog.
Een dreiging waarop de wereldvrede moeizaam balanceerde.

Deze dreiging werd in de 60-er jaren voor een ieder wel heel concreet zichtbaar door het van overheidswege gegeven advies aan de Nederlandse burger om noodrantsoenen aan te leggen. Dat hamsteren werd nodig geacht voor het geval de (atoom)bommen zouden komen. De aanleiding hiervoor was de Cuba - crisis.

Mijn ouders volgden dat advies op en ook zij legden in onze ruime kelder onder de opkamer een noodvoorraad aan. Naast de gebruikelijke zakken met aardappels van eigen land en ingemaakte weckflessen stonden er nu ook een aantal dozen met levensmiddelen. Die kwamen hoofdzakelijk uit de eigen kruidenierszaak van mijn vader.

Tijdens de Cuba - crisis is de wereld veel dichter bij een allesvernietigende atoomoorlog geweest dan men ooit heeft kunnen vermoeden. De spanning tussen Amerika en Rusland werd tot het uiterste opgevoerd. De reden daarvoor bevond zich op Cuba, een eiland op korte afstand van Amerika. Daar zouden Russische raketten worden geplaatst en die waren er stiekem ook al geplaatst. Raketten, die op Amerika waren gericht. En als die crisis tussen Rusland en Amerika zou leiden tot een oorlog dan zou deze worden uitgevochten in West Europa. Er was een terecht uitgesproken angst, dat de Russen dan zouden optrekken tot aan onze Noordzee kust.

De reden en verpersoonlijking van deze ellende was de Russische regeringsleider, Croetsjov. Deze komisch aandoende kerel, sloeg eens met z'n schoen op het katheder, om zijn overtuiging in de Doema kracht bij te zetten,.
Die TV beelden gingen de hele wereld over en overal lag men in een deuk maar er was ook terechte angst voor deze onberekenbare machtsfiguur. Uiteindelijk capituleerde Croetsjov en trok hij zijn raketten terug uit Cuba. Maar de dreiging tussen Oost en West, de Koude Oorlog, duurde onverminderd voort tot aan de val van de muur eind 1991. Dat was het begin van het m.i. het failliet van het communisme als totalitair en economisch systeem. Meerdere voormalige Sovjet - satellietstaten hadden schoon genoeg van de Russische hegemonie en wilden nu op eigen benen staan. Het grote Russische rijk brokkelde af.

En ergens midden in die dreiging van de Koude Oorlog, in 1971, moest ik aantreden. Voor het handhaven van die machtsbalans werd ik dus nu ook ingeschakeld. Als 19 jarige jonge man, enkele jaren na de oorlog geboren in een tijd van de wederopbouw, was ik mij terdege bewust van die spanning in de wereld. Maar ondertussen genoot ik ook volop van het leven alsof het een lieve lust was.
En dat was het ook want die liefde had ik ook al gevonden
.