Even de politie testen

Even de politie testen

20 september 2016, 

Gert Pape • oud-politieman
OPINIE

Als politieman geef ik claxonnerend en gebarend aan dat een jongeman zijn handen aan het stuur moet houden. Hij is al fietsend bezig een sinaasappel af te pellen. Hij steekt vriendelijk zijn duim omhoog en rijdt onverstoorbaar verder en negeert mijn aansporingen. Dat mag ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan. Even verderop houd ik de fietser staande. Hij pelt nonchalant zijn sinaasappel en negeert mij volkomen. Ik moest hieraan denken na het lezen van de column van André Zwartbol over zuigende en treiterende jongeren.

Ik zeg: ‘U had zeker wel begrepen dat u uw handen aan het stuur moest houden?’ ‘O, ja zeker wel’, antwoordt hij onverschillig zonder mij ook maar één seconde aan te kijken. ‘En waarom deed je dat niet?’ ‘Oh, daar had ik geen zin in. Ik was net met iets anders bezig.’ ‘U krijgt hiervoor een bekeuring. Wat wilt u zelf hierover verklaren?’

‘Niets, en ik wens ook niet door u geverbaliseerd te worden.’
Ik hoor een resolute stem waarin arrogantie doorklinkt.
Inwendig loopt de temperatuur al een beetje op. Ik vraag naar zijn personalia en krijg geen antwoord. ‘Als u niet meewerkt houd ik u aan en gaat u mee naar het bureau.’ Er komt zowaar weer wat geluid uit de lastpak: ‘Ik ga niet mee!’

Ik houd hem vervolgens aan, open de schuifdeur van de politiebus en zeg: ‘Zet u de fiets maar in de bus en ga er zelf ook in zitten!’‘Die fiets gaat niet mee en ik ook niet.’
Voor mij is de maat is vol. Ik trek ruw de fiets uit zijn handen en smijt ‘m in de auto. ‘En nu instappen anders ga je er precies zo achteraan.Ik zie dat hij even knippert met z’n ogen en warempel rustig instapt. Bij het bureau aangekomen, zet ik hem in de verhoorkamer en vraag hem nogmaals of hij mee wil werken. Er komt geen geluid uit.

Onze gast wordt niet veel later aan de hulpofficier van justitie voorgeleid, maar zwijgt in alle talen. Uitgelegd wordt wat de gevolgen zijn van zijn opstelling en welke juridische stappen er tegen hem kunnen worden ondernomen. Hij hoort het allemaal gelaten aan en doet er het zwijgen toe. Dan berg ik hem op achter de dikke deur van de enige cel die het bureau rijk is.

Na een halfuur wordt er op de celbel gedrukt. Onze gast wil praten. De afzondering heeft hem goed gedaan, want hij kan zich ineens weer zijn naam herinneren. Hij geeft toe dat hij de wet heeft overtreden en vertelt verder dat wij onze bevoegdheden en de juridische procedures correct hebben uitgevoerd.
Hij was rechtenstudent en wilde weleens weten hoever hij kon gaan.


Misschien zit deze dwarse gast nu wel achter de groene tafel ergens in den lande als rechter. Waarschijnlijker is dat hij bij de tegenpartij zit, als strafrechtadvocaat om dwarse gasten uit de cel te houden.