20160128 de Bijbel in gewone taal en poëzie

 Ik lees een boek (uit 1974) van een gelauwerde Oostenrijkse schrijver. In dat boek vermengen zich feit en fictie tot een mysterie. Het is een waar gebeurd (en geromantiseerd) verhaal van spionage en verraad vanuit het Warschaupact naar het Westen ten tijde van de Koude Oorlog. Een erg mysterieus spionageverhaal en ik daar houd ik wel van.

In dat verhaal komt een seculiere hoofdredacteur voor, die de gewoonte heeft om elke redactievergadering te beginnen met een gebed. Dat doet ie niet uit overtuiging maar hij huldigt onuitgesproken, hoogdravend en theatraal orerend, te pas en te onpas, zo het poëtische en het literaire aspect in de Bijbel.

Zo begint hij, naar aanleiding van bepaalde ontwikkelingen, de vergadering met een gebed met de zinnebeeldige tekst: “Het meetsnoer viel mij in lieflijke dreven”. Hij wil daarmee zijn gevoel van tevredenheid over de huidige gang van zaken aantonen. Dat klinkt mooi mysterieus, poëtisch en wat oubollig misschien. De schrijver laat de lezer zodoende achter met de vraag en de uitnodiging voor eigen onderzoek in het boek naar wat hij daarmee bedoelt te zeggen.

Ik weet dat deze tekst ontleend is aan Psalm 16:8 waar volgens de NBG Bijbel 1951 (Jongbloed) staat:
“De meetsnoeren vielen mij in lieflijke dreven, ja, mijn erfdeel bekoort mij”
Ja , dat is mooi gezegd, ....maar dan weet je eigenlijk nog niet wat er nu precies bedoeld wordt.

Om de Bijbel dichter bij het begrip van de mensen te brengen zijn er de laatste decennia een aantal nieuwe vertalingen ontstaan. Enig onderzoek in opeenvolgende Bijbel vertalingen zou dus kunnen leiden tot verduidelijking van deze tekst. Daarom heb ik er enkele op een rij gezet.
Zo staat in de "Nieuwe Bijbel Vertaling" (Jongerenbijbel uit 2006) dezelfde tekst van Psalm 16 maar nu in vers 6:
"Een lieflijk land is voor mij uitgemeten, ik ben verrukt over wat mij is toegemeten".

In de Bijbel in Gewone Taal van 2014 staat die tekst weer in vers 6:
"Alles wat ik van u ontvang, is goed. Ik ben gelukkig met wat u mij geeft".

In de Bijbel in Gewone Taal staat het daar beduidend anders beschreven dan de NBG 1951 tekst. Er is tevens een persoonsvorm ("u") ingevoegd die er eerst niet stond. Het verschilt hier bovendien nogal behoorlijk in literair en/of poëtisch gehalte met de vertaling van NBG 1951. De poëzie in die nieuw geformuleerde tekst wordt daar opgeofferd om de duidelijkheid en leesbaarheid (en het begrip) te bevorderen. De bedoeling is goed maar de uitwerking vind ik mislukt.

Het is algemeen bekend, dat de Bijbelboeken wel in meerdere categorieën kunnen worden ingedeeld.
Zo is er ook een indeling gemaakt, die aangeduid wordt als de "poëtische boeken" in de Bijbel. Tot deze categorie behoren o.a. Psalmen, Spreuken, Prediker, Job en het Hooglied en Klaagliederen uit het Oude Testament. Bovendien vind je poëzie in de vorm van beeldspraak ook wel terug in de toespraken van Jezus en Paulus in het Nieuwe Testament. Jezus gebruikt in gelijkenissen zelf ook veel verbeeldend vermogen om duidelijk te maken wat hij bedoelt.
Enig literair gehalte en mooie treffende beeldspraak in een preek dragen m.i. bij tot een beter begrip voor de toehoorders. Deze opmerking maakte ik eens tegen een professor in de theologie en hij was het daar helemaal mee eens.

De tekst van NBG 16:8 bevat bovendien een bepaald cultuur historisch gebruik. Wat gebeurde er nu precies. En hoe zit dat nu met die snoeren?
Deze psalm is aangeduid als een psalm van David. Dus David is aan het woord.
In een andere preek wordt uitgelegd wat onze tekst nu precies inhoudt;

“En daarom is hij (David) ook rijk met alles wat God geeft. In vers 5 en 6 gaat het over wat David van de Here heeft gekregen. Hij gebruikt daar beelden uit de gang van zaken rond de verdeling van een erfenis. In Israël werden bij de verdeling van het land van een overledene touwen of meetsnoeren gebruikt om de stukken grond af te bakenen. Die stukken werden daarna onderling verdeeld door loting. En van die loting hing natuurlijk af of je een goed stuk grond, een vruchtbare akker, kreeg of een minder goed stuk. Wat David nu zegt is dat de Here hem bestaanszekerheid heeft gegeven, door de loting zo te leiden dat die voor hem goed uitpakte. Het stuk land dat hij kreeg was vruchtbare landbouwgrond, met een opbrengst waar hij goed van kon leven. David gebruikt beelden. Hij bedoelt eigenlijk te zeggen dat hij blij is met alles wat de Here hem geeft en dat hij daarvan geniet. “

De Bijbel in Gewone Taal is in meerdere gevallen beter leesbaar en daardoor in de huidige tijd beter te begrijpen en dat niet alleen voor kinderen. Maar in de vertaling van Psalm 16:6 is het daar wel van zijn literair gehalte en tevens van zijn ingesloten cultuur - historische (erfgoed)regeling beroofd. Vanuit die vertaling kom je dus nooit uit bij die verhullende inhoud van de NBG 1951 - of de Nieuwe Bijbel Vertaling. Die zijn bij de Bijbel in Gewone Taal weggesaneerd.
Ik hoop niet, dat dit voorbeeld maatgevend is voor de verdere inhoud van de Bijbel in Gewone Taal.

De Bijbel in Gewone Taal is goed te lezen en duidelijk in gangbaar Nederlands. Maar  alle verduidelijking is niet altijd verbetering. Wil meer weten dan ben je er op aangewezen om andere vertalingen te raadplegen.
Onderzoek alle dingen en behoudt het goede!