20160915 Een belastingfraudeur bekent kleur


De politiek wilde ons destijds met sociale wetgeving goedbedoeld beloven

een staatsverzorging, onbekommerd leven van de wieg tot aan het graf, 
die regeling staat onder druk, de beloofde financiële glans is er nu van af,
althans dat willen slimme financiële jongens ons wel doen geloven.
Allerlei wetten, financiële regelingen, al dat ondoorzichtig gegoochel met geld
vallen nu anders uit en zijn nu niet meer zoals dat eerder werd voorgesteld.

In deze verzorgingsmaatschappij denkt een uitgekookte kiene slimme man
zijn opgebouwde sociale rechten te verzilveren; zo trekt hij dan sluw zijn plan,
zijn leven listiglijk, naar eigen inzichten zo probleemloos in te kunnen richten.
Hij benut daarbij maximaal zijn rechten en verzuimt hem opgelegde plichten,
leeft voor zichzelf, is dwars en wars van algemene aanvaarde solidariteit;
die egoïst heeft zich in zijn fiscale verantwoordelijkheid opzettelijk vergist.

Maar dan……

De belastingdienst kwam hem op 't spoor en had de stiekemerd al heel snel door
de inspecteur nam cynisch met een lach zijn hele hebben en houden in beslag
zo had die eigenzinnige stinkende rijke, intriest, alsnog mooi het nakijken
hij raakte alles kwijt en achteraf had hij natuurlijk ook nog vreselijke spijt,
hij gaat er nu onder gebukt, z'n frauduleus plannetje is helaas net niet gelukt.
en nu denkt hij: "net deze ene keer, dat was eens, maar dat doe ik nòòòòit weer".

Die ogenschijnlijk kiene en zakelijke man heeft God niet nodig
maar bij die onverwachte rampspoed raakt hij al gauw wanhopig,
moppert machteloos en roept het tenslotte luid en geheel ontdaan:
"o God, waarom doet U mij dit aan en overkomt mij al die ellende",
zo maakt hij God direct al een verwijt, die hij voorheen altijd ontkende.

Ik heb die troosteloze kreet uit hopeloze kelen wel vaker gehoord
en door die machteloze dan zo akelig en snoeihard verwoord:
"en als er dan een God is, waar is Hij dan, dat Hij dit laat gebeuren?"
dat zegt die in zijn leven zo uitermate maatschappelijke verwende
op die nogal ingrijpende en hem persoonlijk overkomen ellende,
vol boosheid, angst en wrok, maakt hij God tot zijn persoonlijke zondeboek,
nou net de Enige die troosten kan en juist zijn leven weer op kan beuren.

ach ach ….en nu .... wat dan…?



terneergeslagen zit hij nu daar
hopeloos met beide handen in z'n haar
hij kan 't toch weten en zal 't moeten erkennen,
hij overdenkt en peinst, komt tot de conclusie:
ik ben een fiasco, mijn leven is een illusie
ik alleen, ik kom hier zelf nooit meer doorheen
hulp van Iemand anders heb ik hoognodig,
oh, God, ik erken U nu, U bent niet overbodig,
och, heb met mij geduld, ik beken U nu mijn schuld
ontferm U over mij, ik…. ik heb U nu zo hard nodig!

berouw komt na de zonde en…… er is vergeving…..

Twee andere handen staan er voor hem klaar
twee wreed doorboorde maar toch zo open handen
die als een vriendelijk en uitnodigend gebaar
zich tot hem wendt en hem zo liefdevol wil zeggen;
je mag nu alles wat je oprecht berouwt en bezwaart
in mijn vertrouwde en vergevingsvolle handen leggen,
die handen …….dat zijn de handen van Jezus!


"komt allen tot mij,
die vermoeid en belast zijn
en ik zal u rust geven".
(Mattheus 28:11)

© Gert Pape