de vuurwerkramp van Enschede



 We keken over de rand van een muur en hij zei: "daar liggen er vijf". Ik staarde naar een hoop stenen, verbrokkelde restanten overdekt met een laag grijze as, alles was haast egaal grijs. Ik keek en ik zag niets. "Kijk nog maar eens goed", zei hij en na enig ingespannen turen tekenden zich wat vage contouren van menselijk vormen af in het grijs.


Om 05.00 uur werd ik verwacht  in één van de gebouwen van vliegbasis Twente.
Het is zondag 14 mei 2000. De dag na de 13e mei 2000, die de geschiedenis is ingegaan als de dag van "de vuurwerkramp van Enschede".

De vorige middag en avond zaten  mijn vrouw en ik aan de buis gekluisterd waar live verslag werd gedaan van de ontploffingen van de vuurwerkfabriek: S.E  Fireworks te Enschede en de direct daarop volgende ellende. We waren verbijsterd door de beelden van de steeds weer herhaalde film van de ontploffingen;  beelden van vluchtende mensen,  die in paniek aan de hen achtervolgende duisternis van rookwolken trachten te ontkomen.
Via de radio Oost kwam een oproep voor politiemensen uit Twente om zich te melden en ik zocht contact.

Van 1999 tot en met 2005 werkte ik  bij het IFT (Interregionaal Fraude Team Oost Nederland te Deventer) als financieel rechercheur. Landelijk waren er zes van die teams. Personeel werd geworven uit de 5 deelnemende politieregio's met als kernkorps de regio Twente.
Als  gedetacheerde  Twentse  rechercheur bij het IFT Oost  bleef ik dus gewoon  in dienst bij eigen baas:politie Twente.
In een grote hal op het vliegveld Twente wacht ik gespannen af  hoe ik zal worden ingezet. Ik kijk eens om mij heen en schat het aantal mensen op ca. 2 a 3 honderd.
We worden bijgepraat over de omvang van de ramp en daarbij werden toen nog indrukwekkende aantallen genoemd van (vermoede) doden en gewonden en ontheemden.  Ik zie  geüniformeerde politiemensen en brandweerlieden in de zaal, ook uit Duitsland, maar ook meerdere personen  in burger gekleed.

Met een oude gammele militaire bus rijden we (ca.30 man) naar het rampgebied. Onderling wordt eerst nog wel gesproken  maar bij nadering van het rampgebied wordt het wel akelig stil. Op de singel aangekomen zie ik daken met grote kale plekken zonder pannen en woningen met kapotte ruiten. Op de middenberm van de singel ligt een enorm stuk beton, een brokstuk van een opslagbunker van de ontplofte vuurwerkfabriek, op een afstand van honderden meters. Wat een kracht moet die ontploffing hebben gehad om zo'n zwaar brokstuk van tientallen kilo's als een veertje door de lucht te laten vliegen.

We stoppen bij het Rijksmuseum Twente aan de singel, die daar als buitengrens van het rampgebied is verklaard.  In groepen verdeeld controleren wij de woningen aan de buitenring van het afgesloten rampgebied op de eventuele aanwezigheid van personen. Van hogerhand was verordend, dat zich geen enkele bewoner of andere persoon zich nog binnen het rampgebied mocht bevinden. De woningen zijn bij de controle verlaten en vrij toegankelijk , zelfs de binnenruimten. Bij de meeste huizen zie ik wel één of meer kapotte ruiten. Bij enkele woningen zijn de toegangsdeuren  en ramen door de drukgolven ontwricht of hangen nu scheef aan één scharnier.
In één van de woningen tref ik een enorme chaos aan. In de eetkamer beneden ligt een flink brokstuk van een vuurwerkbunker. Dat is door het dak binnengedrongen, in de slaapkamer op het bed terecht gekomen en door de snelheid van het vallend gewicht door de vloer gezakt en het geheel ligt nu beneden. 

Na controle van enkele straten waarbij wij geen achtergebleven personen hebben aangetroffen gaan we terug naar het verzamelpunt bij het Rijksmuseum.

Daar word ik aangesproken door Wim H, vroegere plaatsgenoot, - kerklid en collega. Hij wist mij  destijds met mooie verhalen te interesseren tot sollicitatie bij de Rijkspolitie. Ik wist, dat hij één van de leden was van het landelijke RIT (Rampen Identificatie Team). In die functie is hij ingezet geweest bij meerdere rampen in Nederland en ook daar buiten.
Vier en half jaar werkte ik  in de kop van Overijssel  en keerde ik terug op Twentse bodem en daar kwamen wij elkaar weer tegen. Onder zijn leiding heb ik deelgnomen aan meerdere grootschalige recherche onderzoeken.  We kenden elkaar goed, kwalitatief -vaktechnisch gezien.

Hij vertelt, dat in de vuurwerkfabriek twee brandweermannen zijn omgekomen,  die nog geborgen moeten worden. Het RIT koos  voor de uitvoering daarvan voor twee groepen met rechercheurs van het IFT.  Per groep werd één lid aangewezen als leider/notulist.  In mijn groep was ik dat. In de andere groep zaten twee van mijn IFT collega's. Mijn groep bestond uit 5 personen, een technisch - rechercheur van de regio Noord Oost Gelderland en een Twentse rechercheur en latere directe collega. Er waren verder twee jonge brandweermannen uit Emmen aan onze groep toegevoegd.

Vanaf van het Rijksmuseum liepen we richting  van de vuurwerkfabriek. Hoe verder we in het rampgebied kwamen hoe meer de omgeving veranderde in een zwaar gebombardeerd oorlogsgebied. Overal puin en as en rook. Aan de andere kant van het rampgebied waren meerdere brandweerkorpsen nog volop aan het blussen in enkele straten met  uitslaande vlammen tot in de nokken van de huizen. Een heel onwezenlijk en onaards landschap, dat een enorme indruk bij mij achterliet.

We liepen naar restanten van de vuurwerkfabriek in de Tollenstraat.  Er stond een totaal uitgebrande brandweerauto voor de fabriek. Deze brandweerauto heeft het leven gered van een collega, door net voor de grote klap onder deze auto te duiken.

Vanaf de straat keken we zo op grote onregelmatige hopen stenen van gevallen muren. In de vuurwerkfabriek was een klein stukje binnenmuur in een haakse hoek blijven staan van ca 1.20 hoog. Tegen die binnenmuur liep een stenen richel van ca. 50 cm hoog. En daar in de haakse hoek, op die richel, zat een geheel zwart geblakerde brandweerman in een licht voorover gebogen houding. De zuurstoffles zat nog op zijn rug. Zijn voeten waren niet te zien, die staken onder de brokstukken.
Hij zat daar in die dodelijke houding heel rustig alsof hij op ons zat te wachten. Alsof hij wilde zeggen: "zo ben je daar eindelijk".
Vanaf dat eerste gezicht heb ik direct beseft, althans heb ik voor mijzelf altijd gedacht, dat hij geweten heeft dat hij het niet zou overleven. Hij is door één van de ontploffingen overvallen, zag geen uitweg meer zag door hitte, zware rook en absolute duisternis en besefte, dat hij niet zou overleven. Hij is op de richel gaan zitten en heeft de dood aanvaard.

 'Jullie gaan deze man bergen, neem daar rustig alle tijd voor, die je denkt nodig te hebben en je moet handelen volgens protocol".
Ik vroeg : "en wat is het protocol" "Dat staat allemaal hierin", zei hij en overhandigde mij gelijktijdig  een dossiermap en zei "jij maakt proces - verbaal op waarin je alles omschrijft van  wat je ziet en aantreft. En zijn er gescheiden lichaamdelen dan maak je van elk deel afzonderlijk proces-verbaal op. Mocht je iets nodig hebben moet je dat vragen dan wordt daarvoor gezorgd. Nu laten we jullie met rust en klaar die klus".

Ik was zenuwachtig en mijn hand trilde toen ik de map aanpakte. We stonden er eerst maar wat stuntelig en afwachtend te kijken. Ik had tijd nodig om na te denken en mij te verdiepen in de inhoud van de map. Die bleek hoofdzakelijk uit conceptformulieren te bestaan die per punt, al naar gelang van de situatie, beschreven moesten worden. Van mijn kant was er geen sprake van duidelijk leiding geven. We deden alles samen en in goed onderling overleg.
We zijn gevoelsmatig toch wel twee uur met die berging bezig geweest.  De technisch rechercheur legde alles uitgebreid fotografisch vast.  Rustig en respectvol werd er gewerkt en er werd maar heel weinig gesproken. (Een tiental meters verder waren twee  IFT -collega' s bezig met hun groep om de andere brandweerman te bergen)

Steen voor steen werd om hem heen verwijderd en zo werd hij vrij gemaakt. Met vereende krachten werd hij opgebeurd waarbij een schoen met voet bleef staan. Ik stond versteld van het zware gewicht in verhouding tot de compacte omvang. Een mens bestaat voor 80 procent uit water en het is bekend gegeven dat een verbrand persoon wel tientallen centimeters kan slinken. De brandweerman werd op de straat op een vrijgemaakte ruimte in een lijkenzak gelegd en ik reed met de lijkauto mee naar een tent ca. 200 meter verder, die was ingericht als eerste plek van onderzoek van de te verwachten dodelijke slachtoffers. Ik kon toen nog niet vermoeden, dat ik daar die dag nog meerdere keren zou komen.

Ik zocht naar een plek om mijn verbaal te schrijven. Die was er niet. Uiteindelijk heb ik die plek zelf gecreëerd door het onderste deel van de vijfde deur van de lijkauto als tafel te gebruiken.  Liggend op mijn knieën op straat, in de as en tussen brokstukken, heb ik daar mijn bevindingen geschreven. In een erg ongelukkige houding en al even ongelukkig schrijvend. Ik had geen idee of het voldeed aan wat er van mij werd verwacht maar men is er nooit op  teruggekomen. Ook niet op de anderen die dezelfde dag nog zouden volgen.

Rond de middag was de berging van ons eerste slachtoffer, de brandweerman, geheel afgerond. Na de lunch kwam  Wim H. met Arie d. B, (toenmalig leider R.I.T. Nederland) bij mij terug. Ze hadden een vervolgklus voor onze groep.

We liepen tussen uitgebrande woningen door naar de Renbaanstraat, de eerstvolgende straat en parallel lopende aan Tollenstraat van de vuurwerkfabriek. Alle huizen waren afgebrand maar zo hier en daar stonden nog wel enkele muren deels overeind. We benaderden een huis vanaf de achterzijde. Een muurtje van de uitbouw van de douche aan de achterzijde stond nog overeind met daarin een raamopening.


We keken door de raamopening en Wim  zei: "daar liggen er vijf".
Ik staarde naar een hoop stenen,  verbrokkelde restanten overdekt met een laag grijze as, alles was haast egaal grijs. Ik keek en ik zag niets. "Kijk nog maar eens goed",  zei hij en na enig ingespannen turen tekenden zich wat vage contouren van  menselijke vormen af in het grijs.

De achtergevel van die woning stond nog overeind. En boven op de nok van die éénsteensmuur stond een schoorsteen nog vierkant en dreigend  op zijn smalle basis. Gelet op onze veiligheid werd op ons verzoek eerst die muur neergehaald.

Ik kreeg weer een dikke map in de handen gedrukt om te handelen volgens protocol. Men had ons verteld welke personen het vermoedelijk ging. Naar wat ik begrepen heb, ging het om een van oorsprong Surinaamse familie waaronder ook een kind.

Ik werd even gevangen door die heftigheid toen ik erover nadacht wat die mensen hebben doorstaan. Ze hebben mogelijk te lang gewacht  met het verlaten van hun woning of ze konden dat om één of andere reden niet en toen hebben ze uiteindelijk maar hun veiligheid gezocht in die kleine ruimte onder sproeiend water misschien. Een alles verzengende en hen insluitende vuurgloed heeft hen de adem en het leven afgesneden.

Dat beseffend en de spanning van het moment was reden tot een spontaan en stil gebed. Heel eenvoudig; "Och Here help ons". En al even spontaan werd ik rustig. Het was het uit handen geven van moeiten en in vertrouwen  neerleggen bij de hoogste macht in hemel en op aarde.  Schietgebeden zijn mij niet vreemd. Die ken ik vanaf mijn kinderjaren en zijn gebaseerd op de wetenschap dat God helpt en altijd nabij is.


Ik stond daar achter die woning tussen het puin tot de enkels in de as en keek om mij heen.  Op verschillende plekken smeulde nog vuurtjes. Een restant waterleidingpijp van anderhalve  meter hoog  spoot nog een boogje water. Vanaf die plek keek ik op de silo van de toenmalige Grolschfabriek van ca. 15 meter hoog. Sommige platen van de aluminium rechthoekige ombouw  van die silo waren door de ontploffingen of de hitte verdwenen. Door de ontstane gaten keek je zo op de ronde silo. Uit die gaten kolkten soms nog spontaan dikke rookwolken naar buiten. Men vertelde dat er azijnzuur in die silo zat. Toen ik de rook uit de gapende gaten zag komen vond ik dat een beangstigend idee maar men zei, dat alles onder controle was. Later heb ik gehoord, dat half Enschede het leven zou hebben gelaten als die silo was gebarsten. Dat werd gezegd, de juistheid daarvan kan ik niet bevestigen.

Uren zijn we bezig geweest met de berging van vijf personen. Zwartgeblakerde mensen met soms nog een niet zwart geblakerd lichaamsdeel dat dieper in het puin lag en nat was (geweest) van blus- of douchewater. Een kind kon ik duidelijk herkennen en er kwam een blank been te voorschijn met kettinkje om de enkel. Een vrouw was te herkennen aan een dameslip. Deze vijf mensen leverden  meer dan vijf rapporten op vanwege gescheiden lichaamsdelen. Elk keer reed ik met de lijkwagen mee naar de RIT tent voor de overdracht aan het eerste onderzoek. Mijn  verslagen werden  wat uitvoeriger naar mate het aantal vorderde. Hoe luguber ook … je doet ervaring op. Nooit is men bij mij hierop teruggekomen.  De identificatie van de op deze dag geborgen zes personen was binnen enkele dagen een feit. Ik hoorde dat via het NOS nieuws.

Gedurende de hele dag werd er met man en macht gewerkt aan het bestrijden van het vuur. Dat ging van straat naar straat en in die straat waren dan verschillende brandweerkorpsen naast elkaar bezig met blussen van woningen.
Toen ik daar langs kwam zag ik enkele brandweerlieden die even rust namen. Ze zaten op de grond in de as met hun ruggen tegen een restant muur. Ze droegen hun beschermende pakken. Ze hadden hun helmen afgezet en ik herkende gelijk mijn eigen lokale rijwielhandelaar.  Hij is/was jaren lang lid van de vrijwillige brandweer . Het zweet gutste van zijn gezicht. Hij zat een paar boterhammen weg te werken en in de andere hand een fles cola. Hij zat daar samen met anderen in de brandende zon bij een temperatuur van meer dan 30 graden en nergens was een schaduwplek. Ik sprak even met hem en hij was de vorige dag ook al geweest. Vele brandweerlieden  uit nagenoeg alle plaatsen van ons mooie Twente maar ook uit naburige provincies hebben daar dagenlang en onder zware omstandigheden gewerkt .

De wijk Roombeek was een oudere wijk van wonen en industrie met panden waar asbest in verwekt was.  Op enig moment kregen wij beschermende kleding uitgereikt vanuit een heuse container.  Die beschermende kleding bestond uit een kunststoffen helm  en een witte lichtgewicht wegwerp  overall, een dun  windjack met politielogo en mondkapjes.  De overalls werden na een werkdag ingenomen en de volgende dag kregen we een nieuwe. Hetzelfde gold ook voor de mondkapjes.  Wanneer  wij die kleding ontvingen weet ik niet meer precies maar volgens mij pas na die zondag. Toen er  later werd gesproken over asbest heeft zich in mijn hoofd het beeld  gevormd, dat wij daar die zondag zonder bescherming stonden met onze voeten in de as waarin asbestdeeltjes rijk aanwezig waren afkomstig van verbrande eternit-dak-golfplaten van schuurtjes of bergingen.

Ik was op die zondag van 14 mei 's avonds tegen 8 uur thuis. Mijn vrouw nam ruimschoots de tijd voor mij om over alle opgedane indrukken  te vertellen. Zij vertelde verder, dat onze schoonzonen ook graag wilden weten hoe het mij was vergaan. En ook hen heb ik toen alles verteld.
Daarna werd ik gebeld, dat ik de volgende dag gewoon werd verwacht op mijn werkplek bij  het IFT te Deventer. Daar bleek, dat de leiding voor ons een vergadering had belegd met leden van het BOT (bedrijfs-opvang-team)  Ze wilden ons zo de gelegenheid geven om ons te uiten over  onze indrukken, ervaringen en bijkomende emoties. Ieder van ons heeft zich daar kunnen uitspreken.  Toen ik mijn verhaal vertelde, de enige betrokken bij de berging van 6 mensen) merkte ik wel, dat iedereen heel  aandachtig luisterde.  Op die vergadering heb ik enige schroom overwonnen en ervan getuigd, dat ik op een gebed verhoring en bijstand van God had ontvangen. Die instantie  is en was genoeg voor mij. Van verdere hulp of gesprekken heb ik afgezien.
Bijna alle van de ingezette IFT collega' s vonden het maar niks, dat ze na één dag al weer teruggehaald waren.  Wij wilden weer terug naar Enschede. Daar waren we op dat moment hard nodig. Daar werd gehoor aan gegeven.

Dinsdags was ik weer terug in het rampgebied tot en met de daarop volgende week maandag.
Ik werd ingedeeld bij  één van de ca. 5-7  groepen die woning na woning controleerden of er mogelijk doden onder het puin lagen. Tot die groep behoorde ook een vaste chauffeur van een shovel. Deze man was echt een tovenaar met dat grote ding. Hij wist de zware getande bak met grote fijngevoeligheid te hanteren alsof was het een lepeltje was. Op onze aanwijzingen schraapte hij voorzichtig telkens een laagje stenen weg.  Wij haalden zelf met de hand ook stenen weg en gooiden deze in de shovelbak.

Zo kwamen we in een straat waarvan de voor - en achtergevels waren ingestort maar nog wel een geraamte van zij - en tussenmuren en etagevloeren aanwezig waren. Je kon zo in de bovenetages  kijken. Daar lagen allerlei goederen  en  persoonlijke spullen  opgeslagen. Toen al werd er over gesproken, dat de bewoners nooit meer naar hun huizen zouden mogen terugkeren en dat alle achtergebleven goederen weggehaald en vernietigd zouden worden
.
Met de shovelbak zette de tovenaar ons af op de zolders om die te controleren. Wij moesten uitmaken wat voor de gedupeerden belangrijk was om te bewaren en wat kon worden vernietigd. Ik zat daar tussen  fotoalbums van anderen te snuffelen, Dat voelde helemaal niet goed. Ik was daar heel gauw mee klaar en ging wat anders doen. Ik ga er vanuit dat de leiding wel inzag , dat dit niet werkte en er mee stopte.  Hoe de  verdere afwikkeling van die persoonlijke eigendommen  is geweest weet ik niet.

Tijdens de  werkzaamheden ergens midden in de week zagen wij koningin Beatrix in gezelschap van de minister-president Wim Kok en burgermeester Mans van Enschede en de hogere  leiding van het burgerlijk bestuur  en  de politie in een lange  stoet door het rampgebied trekken. Op 50 meter afstand liepen ze over de Tollenstraat langs  de vuurwerkfabriek  of wat dat ooit eens was geweest.  In diezelfde week is er ook een stille tocht geweest in Enschede waar duizenden mensen hun medeleven kwamen betuigen en bloemen werden gelegd.
Ik heb het samen met Gré gevolgd op TV Oost.
Op de donderdag na de ramp kwam Wim H. bij mij en vroeg mij of ik 's avonds wilde overwerken.  Ze zochten een paar man voor speciale werkzaamheden, die ze in alle rust wilden uitvoeren. Natuurlijk stemde ik toe, weigeren zou hoogst onbeschaafd zijn tegenover "Enschede"'.
Overdag was het nog een drukte van belang maar 's avonds omstreeks 19.00 uur was er in dat  grote verwoeste stadsdeel  een geladen rust die de ernst en die omvang van de ramp benadrukte.  Het was de bedoeling om samen met een aantal speurhondengeleiders een gebied af te zoeken naar menselijke resten. Ik werd toegewezen aan een speurhondgeleider afkomstig uit Denemarken. Zijn hond was een gestroomde Mechelse Herder die nogal druk en zenuwachtig  en bloedfanatiek was. Er waren nog twee of drie andere speurhondengeleiders en het hele aantal mensen, dat zich in het rampgebied bevond was niet groter dan 10. Het gebied was onderling in sectoren verdeeld en de Deen en ik kregen het gebied van de directe omgeving van de vuurwerkfabriek toegewezen.
Er werd nog een meisje van 17 jaar vermist. Het verhaal ging, dat zij bij de aanvang van de brand met haar moeder stond te bellen. Zij keek uit op het terrein van de opslagbunkers en de vuurwerkfabriek en gaf aan haar moeder door wat ze zag: vlammen en knallen. Het terrein werd  nauwkeurig door de hond afgezocht. Niets werd er aangetroffen.

Het hele rampgebied was van de buitenwereld afgesloten. Toegangswegen waren afgezet met hekken en er stonden overal collegae ter bewaking.  Opeens zagen wij een man en vrouw lopen in verboden gebied. Ze hadden heimelijk een weg gevonden  om het verboden gebied te betreden.  We gingen er snel op af. De lange Deen voorop met zijn hond. Het stel dook snel de uitgebrande fabriekshallen van de Bamshoeve in. De Deen sprak hen aan in het Engels en wat er gezegd werd kwam duidelijk bij het stel over. Hij griste de camera uit handen van de ramptoerist. Daarop volgde nog een verbeten  discussie met de man over de opnames en de inbeslagneming van de camera. Ze werden overgedragen  aan dienstdoende agenten en met camera afgevoerd.

Naar mate de dagen vorderden verminderde het aantal aanwezige collega's per dag.
Precies een week na de ramp is het laatste slachtoffer geborgen. Een oude vrouw die tegenover  de vuurwerkfabriek woonde werd vermist. Haar woning was tot de grond toe afgebrand en veranderd in een hoop puin. Door een andere groep met een van IFT collega's zou actie worden ondernomen. In de woning bleek  een kelder aanwezig te zijn. Deze was grotendeels gevuld  / bedolven  onder gevallen puin. Uiteindelijk werd het stoffelijk overschot van de oude vrouw daar in die kelder daadwerkelijk  aangetroffen. Bij deze laatste gerichte zoekactie stond ik  toe te kijken.

Precies eén jaar na de ramp ben ik samen met Gré teruggegaan naar het rampgebied.  Alles ademde rust.  Het gebied was geheel omheind en afgesloten met hekken. De weg langs de oude Grolschfabriek was even verderop afgesloten. Het terrein was langs de wegkant afgesloten met houten  wanden. Op een bepaalde plek had men op ooghoogte in die wand een herdenkingsplaquette  van dat meisje van 17 waar ik samen met de Deense speurhondengeleider  had gezocht.  Van haar is nooit iets teruggevonden.

In totaal heb ik in het rampgebied 7 dagen gewerkt. Het ligt vandaag (13 mei 2020) al weer 20 jaar achter ons maar het is wel het de indrukwekkende gebeurtenis uit mijn bijna 42 jarige loopbaan bij de politie geweest.

Vriezenveen, speelbal in de tijd.



Op haast elke open plek in het centrum van Vriezenveen verrijzen appartementencomplexen. Dat zet de o.c. (ouderen categorie) wel aan het denken. Ouderdomsklachten en of ander fysiek ongewis maakt voor sommigen van hen de keus voor wel of/niet een appartement tot een complex probleem. (zitt'nbliev'n of verkassen?)

Vriezenveen krijgt met al die gebouwen zo wel een heel ander aangezicht. Nieuw maakt plaats voor wat oud en vertrouwd is. Hoe zal het er over 50 jaar uitzien? Een poëtische beschouwing.

    Vjenne, speelbal in de tijd

 

Sluipend komen herinneringen bij vlagen,
schoorvoetend mijn overvolle brein opjagen.
Als ik mij daarop diepdenkend concentreer 
ben ik verrast, wat ik nog weet van weleer.

Gedachten worden aldus gericht geleid
naar welhaast vergeten lang vervlogen tijd.
Je kunt je werkelijk niet voorstellen 
wat je van vroeger dan nog weet te vertellen 
En blij uitroept: Oh ja, da’s mooi, nu weet ik ‘t weer!

Kijkend om mij heen, schrik ik van al hetgeen,
dat onder ‘t mom van “noodzakelijk modernisering
gerechtvaardigd werd als aanvaarde kwalificering
voor sloop en voorgoed uit het vertrouwde straatbeeld verdween.

In het dorpsbeeld, zoals wij het nu kennen
is de oorsprong en haar verdere verloop
straks haast niet te herkennen.

Eén straat vormt daarop een uitzondering,
dat is het Oosteinde wat mij bijzonder boeit,
waar heden en verleden in een nieuw beeld samenvloeit.
Vriezenveen is als een lang en mager lintdorp welbekend,
is wat uitgedijt en lijkt in ’t Midden zelfs corpulent.

Open plekken worden kennelijk niet meer geduld.
worden opgeëist voor dringende woningbouw,
met verschillende typen van woondozen opgevuld.

Appartementencomplexen verrijzen, 
van drie of vijf of nog meer woonlagen
worden verkocht tegen exorbitante bedragen.

Vriezenveen krijgt zeker een heel ander gezicht
zal meer op a.i.  informatie en op innovatie zijn gericht
Men hanteert daarvoor dus andere vernieuwende normen
waarmee men de komende vijftig jaar
het toekomstig beeld van 't Vjenne wil bestormen.

Ach, vraag mij maar niet
hoe het er over 50 jaar uitziet.
Het boeit mij zeker wel
maar ik stel, dat ik het zal nooit weten|
want .... dan ben ik 126 jaar,
dan is t écht klaar;
en is men dit verhaal al lang weer vergeten. 

(Gert Pape 2026)



Twee zielen één gedachte (elkaar vinden in de natuur)

Nu doemt na lange tijd van zoveel jaar
de vraag op: hoe zitten jij en ik nu toch in elkaar?
Ik zoek daarom naar een stil en een gelegen moment
om me te verdiepen in mezelf en wie jij nu voor mij bent;

Om die vraag graag zo grondig te overwegen
van wat er voor mij nu werkelijk toe doet,
wat ik van jou in hart en hoofd bewaren moet, 
om dat te koesteren en waarover moet worden gezwegen.

Voor het antwoord op die vraag zoek ik bewust de rust
op een geliefde stek, een heilige en veilige plek
waar natuur zo puur zich met vogel
zang verbindt
en ik onbevreesd die kalme rust van vrede vind.

Daar aangeland om te overwegen, 
valt dat never nooit tegen
en merk geen enkele druk,
maar ik voel daar
bevrijdend intens geluk, 
dat ik ervaar in mijn hart
want daar ….. 
kom ik jou, dan gewoon……
opnieuw  onverwachts tegen!

Na lange tijd van harmonieus samenleven
mag je haast als vanzelf wel verwachten
dat geliefden, onafhankelijk van elkaar,
samen komen tot dezelfde gedachten.


Over snikhete zwoele zomers en hun gevolgen


Meteorologisch Nederland, is vandaag verbijsterd;
reageert en constateert dat wij mogelijk
d
oor nog grotere hitte zullen worden geteisterd
waarbij wij mogelijk nog hogere temperaturen
van plaatselijk wel 38⁰ of hoger krijgen te verduren.

Men acht het nu wel overtuigend bewezen
dat wij vaker van die hete zwoele zomers 
zo zinderend en snikheet hebben te vrezen.

Het  wereldklimaat blijkt zeker wel te veranderen
met zomers en met winters, die uitzonderlijk sterk meanderen.

Deze zomer is voorwaar geen uitzondering
maar onderdeel van een wereldwijde weersverandering.
De temperatuur op aarde loopt langzaam en geleidelijk op.

Gletsjers verkwijnen, ijsbergen verdwijnen
versmelten in zeeën waardoor het waterpeil stijgt
dat ons als bewoners der lage landen,
in het veilig geacht Nederland,
met het gevaar van een allesverwoestende
niet te beheersen watersnood bedreigt.

Mochten onze dijken, 
het eens onder storm en waterdruk bezwijken
dan valt de ellende voorwaar niet mee, 
roept men in heel den lande ach en wee.
Half Nederland liggend onder N.A.P,
heeft dan 't nakijken en verdwijnt voorgoed in zee,
en hebben wij dan zomaar ineens
ach nee, Amersfoort aan zee.



Oorlog Rusland - Oekraïne

 

De oorlog woedt nog immer onverdroten voort
men bestookt elkaar met bommen, drones en granaten,
soldaten worden geofferd, als kanonnenvoer vermoord,
kinderen en burgers die schuldloos hun leven laten.
De stand van de strijd is nog lang niet naar de zin
van de bron van al die ellende, zijn naam is Poetin.

Zijn grootse rekruteringsplan loopt helemaal mis,
omdat de Rus niet meer tot voor hem vechten bereid is.
Om nieuwe soldaten binnen zijn gelederen te halen
werden gevangenissen voor hem afgestroopt
gratie voor "vrijwilligers" en de belofte hen goed te betalen
maar 't leverde hem niet op waarop hij had gehoopt.

Snel en amper opgeleid en nog slechter bewapend
werden rekruten naar het oorlogsfront gestuurd.
De strijd, heeft voor velen niet echt lang geduurd;
menigeen gedood en anderen levenslang gehavend.

Geworven werd in landen van de Russische federatie
dat werd uiteindelijk wederom een moeizame confrontatie.
Pogingen tot herovering van de Koersk heeft hem geleerd;
dat trage vervanging van gevallenen een verdere opmars stagneert.

In de oktobermaand werden dagelijks 1.500 Russen uitgeschakeld,
rake cijfers, die door erkende defensie specialisten zijn opgerakeld.
Poetin laat zich niet verstoren; hij heeft maar één doel voor ogen
Snel slachtoffers vervangen om de slagkracht weer verhogen.

Oekraïne weet zich nog door Europa en de NAVO gesteund.
Feiten waar Zelenski steeds meer en heel zwaar op leunt.
Mocht die wegvallen dan is dat een verschrikkelijke straf
daar hangt dan het voortbestaan van heel de Oekraïne vanaf.

Rusland raakt steeds verder internationaal geïsoleerd
economische teruggang door oorlogsdruk valt bij de Rus verkeerd.
In de politieke kern van Rusland neemt de kritiek op Poetin toe
waartegen hij zich moet verweren, alleen weet hij nog niet hoe.
Poetin regeert op zijn gezag, de kracht van zijn macht
dat houdt hij niet lang meer vol, zoals men verwacht.

Poetin heeft in loop der jaren vele miljarden weten te vergaren,
die hij onverschrokken stiekem aan het grote Rusland heeft onttrokken
gelden belegd in boten of in panden en dat in veelal dubieuze landen
waar hij veilig kan landen en zijn persoonlijke vrijheid garanderen
mocht een internationaal aanhoudingsbevel zich tegen hem keren.

Of hij ooit zover zal komen, misschien in zijn stoutste dromen
maar zoals ik het bezie, haalt ie dat nie.


Als 't vlammetje dooft in 't hoofd


Hij vecht voor het behoud van zijn memorie,
vreest nog meer het verlies van eigen historie,
steevast en heel stellig blijft hij ontkennen
dat het wak
kerende vlammetje in zijn hoofd,
nog na walmt maar uiteindelijk wel langzaam dooft.

Keer op keer kijkt hij weer naar mooie plaatjes,
daarop staan zijn geliefde en trouwe maatjes,
vrienden zijn voor hem de levende verbinding
tussen het “momenteel nog zeker weten”
en het “haast bijna allemaal vergeten”

Hij ervaart daarbij een gevoel van onbehagen,
het slijtend besef dat zijn herinneringen vervagen,
en voelt dat zijn leven verschiet van kleur
‘t verandert in een matte dagelijkse sleur
levenstijd verliest meer en meer zijn fleur.

Zijn trouwe maatjes, allen ook al oud en grijs,
kunnen het niet aan zo naar hem te kijken
en zeggen: ach... hij is niet goed, hij is niet meer wijs
en zelf zijn zij ook bang om op hem te gaan lijken
en gaan hem daarom bewust meer ontwijken.

Als zijn vlam dan voorgoed is uitgegaan,
klaagt het geweten die vrienden aan
en geeft hen heel duidelijk te verstaan
wat zij schuldbewust zelf al wisten
en jammerlijk die vriendschap verkwisten.

Wat je minimaal voor een vriend moet doen
uit wenselijk en meest menselijk fatsoen
dat is wel dit: dat je oprecht voor een vriend bid.

Mogelijk breekt voor u ook het moment eens aan
om dezelfde weg als jouw vriend te moeten gaan.
Stel je vertrouwen daarom op een echte Vriend,
een vriend van nu, van later en van weleer
op Jezus Christus, de Verlosser, Hij is de Heer.
Hij laat jou nooit alleen.


Over echte historici en halve waarheden


Hoe kan iemand nu ooit zeker weten
Over wat hij eerder nooit heeft geweten.

Voor mij luistert het wel heel nauw

van wat ik voor de juiste waarheid hou.

Daarom lees ik in historische boeken,

allerlei geschriften of  andere analen

om zodoende ‘t juiste verleden te achterhalen.

 

Daarom bezoekt deze geschiedkundige leek,

de Vjeanse lokale museumbibliotheek,

die met vele boeken, gedichten 

en andere geschriften is gevuld,

waaruit mij dan dat vermoede 

Vjeanse verleden wordt onthuld.

 

Het is uit vergelijkingen mij wel gebleken

dat schrijvers elkaar soms flink tegen spreken,

Ik weet niet hoe zinvol hieraan te beginnen

om de juiste waarheid te schrijven

of dat ik die zelf maar moet verzinnen.

 

Een onderzoeker schrijft zijn bevindingen,

verwoordt die uitvoering zijn evaluatie.

Tegensprekers hebben heel andere meningen

die hij afdoet als geschiedvervalsing of historische inflatie.

 

Het beschrijven van historisch bewezen zaken

is een relaas van feiten dat klinkt in klare taal

en mij overtuigt in een zeer intrigerend verhaal

waarmee hij het hart aldus

van de oprechte historicus,

duidelijk wel weet te raken.


Op zijn tijd heeft alles zijn waarde


 Wat  hier ten lande ooit eens is gemaakt, 
waar men lange tijd hard voor spaarde
heeft voor een rijke slechts even zijn waarde
tot het al weer gauw uit de mode is geraakt.

 

Maar een eenvoudige en gewone man

gaat zijn lang gekoesterde wens pas halen

Als hij het voor zichzelf heel zeker weet,

dat hij het ook echt contant kan betalen.

 

Waar arme sloebers lange tijd vurig naar verlangen

wordt dat door rijken al gauw door nieuw vervangen.

Het oude is dan voor hen niet meer van nut,

't is prut, weggegooid geld in een bodemloze put.

 

Die rijke voelt zich met al zijn geld een hele held

waarover hij ongeremd en groots kan dromen

om alles wat hij maar wil zo maar denkt te kunnen kopen.

 

Waar de rijke dan zo kortstondig van geniet

is het Jan Modaal die dat toch heel anders ziet.

‘t Houdt emotioneel zijn waarde in voldane jaren

en hij laat dat notarieel voor zijn nageslacht bewaren.

 

Rijken zullen uiteindelijk toch eens moeten leren

om de gewone man als gelijke weten te waarderen.


De rijke leverde een verbeten strijd om zijn gezondheid

maar raakte aan dure chirurgen vele tonnen geld kwijt.

Hij wordt nu goed verzorgd door verplegend personeel

met veel naastenliefde en zij zijn bijna .........allemaal,

ja, u raadt het al…. van het type van Jan Modaal.

 

De verpleging heeft met veel druk en moeiten te maken
wat hen noodzaakte om onlangs te gaan staken.

Een gekwalificeerde zorg vraagt om een juiste waardering

minimaal uitgedrukt in een eerlijke salariëring.

Parkinson en dromenland

 


Mijn zoektocht naar mooi dromenland
blijkt vaak fantasie, die al voortijdig strandt
ik ontbeer aldus mijn begeerde slaaptoestand.


Mijn biologische klok, ‘t ritme van dag en nacht
is danig verstoord, is vervallen tot een bittere klacht. 
Lig ik net in bed, voelt 't gelijk al niet goed 
louter ellende, ‘k weet niet waar ik ’t dan zoeken moet. 


Want hoe ik mij in 't bed ook vlij, ontspan of strek 
Ik ben niet blij, heb veel pijn in rug en nek 
pijnlijk kromtrekkende tenen, zere benen, 
’t hart bonst, bloed dat gonst, ’t is allemaal niet gezond.

Vlagen van verwarde negatieve gedachten 
Kan ik in benarde nachten zeker wel verwachten
Onverhoeds maken zij ongewild met kille stille kracht 
op mijn mentale stabiliteit dan onbarmhartig jacht. 

Achter de dichtgeknepen en toegesloten ogen 
blijft mijn mentaal vermogen ook niet onbewogen 
voelt de opgebroken geest zich als een opgejaagd beest. 

Een naar onpasselijk en onmenselijk gevoel,  
brandt in mijn brein, wil meer, ja ook mijn lijf  
tot ik onder dat venijn haast totaal verstijf. 

Is dit een straf, ik wil ik hier per direct vanaf,
wild gooi ik beklemmende dekens opzij,
In de hoop dat ik mij van dat ellendige bed 
en die plotse paniek nog enigszins bevrij. 

 Ik verduur dan machteloos enkele moeitevolle uren 
en ga naar beneden waar eenzaam verder wordt geleden,
‘k schuifel, slof en sleep mij gekromd al prevelend voort,
in de vaste hoop en de verwachting,
dat God  naar mij omziet en mijn smeekstem hoort


 

Oudewegsbeek - over een sloot die geschiedenis schrijft

 


Onlangs zocht ik naar een adres in het zuidelijk buitengebied van de voormalige gemeente Vriezenveen, nu Almelo. Ik raadpleegde daarvoor digitaal beschikbare topografie. Inzoomend voor meer details doemde er een zwarte streep op, die de Almeloseweg kruiste en die voorzien was van de naam "Oudewegsbeek".  Die was mij geheel onbekend.  Een beek? vroeg ik mij af. Niks geen beek, geen kenmerkende meanderende kronkelingen van een beek, die zelf zijn richting zoekt. Ik was verrast over de naamgeving en ook verbaasd want deze zogenaamde beek kan niet meer zijn dan een rechte sloot onder beheer van het waterschap.  Deze moet in/na de tijd van de ruilverkaveling gegraven zijn en men heeft er kennelijk een historische waarde aan willen toekennen. 

Professor H. Entjes deed onderzoek naar de Vriezenveense historie. Hij vatte de verplaatsingen van Vriezenveen samen in tijdfases:  

"Omstreeks 1670 woonde de helft van de Vriezenveense bevolking nog aan de Buterweg, ongeveer 1000 meter ten zuiden van de Dorpsstraat. Tot 1666 stond daar in ieder geval een kerk. Uit bodemvondsten kan worden afgeleid dat de bewoning aan de Buterweg zo' n tweehonderd jaar vroeger een aanvang had genomen en dat daarvoor het dorp langs de Oudeweg lag, weer 1000 meter zuidelijk van de Buterweg. Dat wil zeggen dat Vriezenveen tot ongeveer 1450 aan de Oudeweg lag en van 1450 tot 1650 aan de Buterweg gezocht moet worden. Na 1666 is de situatie van Vriezenveen niet meer veranderd. 


 Onlangs zag ik op TV Oost een film over het oude Twentse leven. De film toonde beelden uit de vorige eeuw van een overstroming in Almelo waar men toen met bootjes door de nu nog bekende winkelstraten voer. De  beelden werden toegelicht en gezegd werd, dat van de Twentse steden Almelo het laagst lag en er daar vroeger dan ook wel vaker overstromingen voor kwamen.

Vriezenveen heeft in haar geschiedenis zelf ook een lange strijd gevoerd tegen het water en heeft zich maar moeizaam ontworsteld aan de immer drassige moerasgrond. 

Op een digitale topografische kaart kan worden ingezoomd op jaartal. Zo kan worden vastgesteld, dat begin 1800 er vanuit noordoostelijke hoger gelegen gebied een aantal stromen/beken richting Almelo - Vriezenveen voerden. Dat zijn/waren de Hollander Graven, de Friesen Aa, Wetering en de Oudewegsbeek. Deze zijn  vroeger naar alle waarschijnlijkheid medeoorzaak geweest voor hoog water of overstromingen in het gebied van Vriezenveen/Almelo.

Uit open internetonderzoek blijkt, dat de huidige Oudewegsbeek begint en haaks staat op de Oude Schipsloot die parallel aan de Walstraat loopt.  Vervolgens loopt hij langs de zuidkant van de Fayersheide, kruist de  Oosterweilandweg, Almeloseweg, het Lateraalkanaal, de Aadorpweg en eindigt bij het kanaal Almelo - De Haandrik. De Oudewegsbeek maakt deel uit van de oppervlakte-waterhuishouding en heeft een sterk drainerende werking. In de beek zijn ook enkele stuwen aangebracht.

Het is toch opmerkelijk hoe een gewone en bij velen onbekende sloot appelleert aan onze kennis van de Vjeanse historie.


Het Bed


Ons leven kent één uniek fenomeen 
daar kan echt niemand ooit omheen.
Het is maar dat u daar even goed op let:
dat is ongetwijfeld en algemeen erkend,
onbetwist heel zeker toch wel het bed.

 

‘s Avonds laat is men moe en afgemat,
van ‘t werk en de verrichte inspanning zat,
en geleidelijk door de slaap overmand
vlucht men dan vermoeid in ‘t lokkend ledikant.

 

Lief hebben zij voor de nacht, beiden bewust
elkaar een welgemeende goedenacht gekust
dat hen genoeglijk in een geriefelijke slaap sust.

 

In ‘t  heilzaam donker van die nacht
ontvangt lijf en geest hernieuwde kracht
voor’ t werk dat morgen weer op hen wacht.

 

Een-derde-deel van heel onze levenstijd
zijn wij aan ‘t ons toegewijde bed wel kwijt.

 

Waar wij zijn of waarheen wij ook gaan
Wij zeulen, ach wel nee, dat bed nooit met ons mee.
Als vanzelfsprekend nemen wij gemakkelijk aan,
dat elders er altijd wel een bed voor ons klaar zal staan.

 

Ik mocht eens van mijn moeder horen,
dat ik ook gewoon in bed ben geboren.
Het schiet mij trouwens nu ook weer te binnen
dat ik het bed wel altijd ben blijven beminnen.

 

Een goede nachtrust is voor iedereen een must
die nachtrust is pas puur met een duur van zo’n 8 uur
maar menig keer als ik de 5 uur nog niet haal
is dat wel een feit, waar ik dan vreselijk van baal.

 

Maar hopelijk leg ik mij eens moe, oud en der dagen zat,
d
an voor eens en  voor altijd in een voor gespreid bedje,
heel dankbaar en volledig voldaan, voor immer plat.



Kerst en Oud en Nieuw 2022

 


Kerst en Oud en Nieuw
is niet nieuw maar ook niet oud;
‘t is de weemoed van ’t verleden
die je stil meeneemt in ’t heden
of je nu jong bent of stokoud.

Ben je ‘t vertrouwen in de tijd even kwijt,
als jouw leven zich vult met ongeduld,
dan weet je eigenlijk niet goed
hoe het nu werkelijk verder moet.

Voel jij je in ‘t heden verloren,
kan ‘t verleden jou niet meer bekoren,
dan overzie je waarschijnlijk niet 
wat de toekomst jou nog biedt.

In deze tijd van Kerst, Oud en Nieuw en Corona,
van Oekraïne tot aan Poetin en tot Parkinson
een tijd waarin 't licht wel lijkt te zijn gebonden
klinkt en kreunt een klacht uit vele monden:
"och geef toch weer een beetje meer zon"

Het is de alom wijd en zijd gehoorde bede
om echte verlossing en van wereldvrede.

In onze onrustig en zo roerige tijd,
een wereld, die in zond' en schuld ligt verloren,
wordt Jezus als de Verlosser
dan opnieuw voor ons geboren.

Hoe en wat er dan verder gebeurt,
dat wordt voor iedereen 
weer anders ingekleurd,
houd moed, hoop doet leven,
vertrouwen, heil en  zegen,
zij u van God gegeven.

Boek: De historie van 't Vjenne in hedendaagse columns

Van 2017 tot 2022 schreef ik 83 columns voor het Historisch Museum Vriezenveen. Deze werden gepubliceerd in weekkrant: De Week van Twenterand. Deze heb ik gebundeld in een boek. Verkrijgbaar bij:
* Museum Vriezenveen, Westeinde 54 te Vr-veen,
* of te bestellen via e-mail: gertpape@gmail.com

Prijs € 17,50

In november 2017 werd ik gevraagd om voor het Historisch Museum columns te schrijven voor publicatie in De Week van Twenterand. Ik stemde toe. Korte tijd daarna werd ik tevens redactielid van Waver 't Vjenne. Voor het schijven van een historische column heb je allereerst feitenkennis nodig. Die feiten liggen vast en zijn al eerder door anderen opgetekend. In de columns worden die feiten, zo mogelijk geactualiseerd. Bij een hernieuwde beschrijving kunnen er verbanden worden gelegd om het verleden tegen het licht te houden van de hedendaagse realiteit. Gevestigde meningen kunnen in verloop van tijd veranderen en leiden en tot andere conclusies. Al schrijvende leerde ik zelf ook meer van de Vjeanse historie. Het behouden van historie noodzaakt tot het blijven herhalen van die verhalen en het doorgeven aan een volgende generatie. 

Een historische column mag geen koude kale opsomming zijn van opvolgende feiten. Dat lijkt mij niet zo aantrekkelijk voor de lezer. Ik probeer de geschiedenis zo veel mogelijk verhalend te vertellen. Ik stop er, als dat kan, ook wat van mijn eigen  gevoel in zonder daarbij teveel moraliserend te willen zijn. De gekozen onderwerpen van de columns werden mij niet aangereikt maar zijn een persoonlijke keus, voortgekomen uit het lezen van de historie of uit de actualiteit van de dag. Maar na vier jaar zoeken raak je dan toch wel een beetje verzadigd. Dat was voor mij reden om begin dit jaar de frequentie van de column  flink naar beneden bij te stellen.

De (drugs)verloren zoon.


Hij schaamt zich nu nog het meest
hoe hij toen leefde als een beest,
kan niet begrijpen hoe hij destijds was,
liep met jan en alleman uit de pas.


Tegen iedereen ging hij te keer,
negeerde elk goedbedoeld tegenweer,
haast dagelijks ging hij wel uit zijn dak,
aan heel de wereld had hij hartgrondig lak.

Hij blowde en hij spoot en snoof
voor waarschuwingen was hij doof.
Hij gapte, roofde en hij bedroog
om maar aan die vermaledijde drugs te komen.
0
Hij kwam steeds meer alleen te staan
en ook dat leven kon hij helemaal niet aan
Hij zag tenslotte zichzelf wegkwijnen
vreesde voorgoed uit de tijd te zullen verdwijnen.

Besmeurd en stinkend lag hij in de goot
mensen liepen met een hele grote boog
om hem heen en allemaal lieten zij hem alleen
niemand zit toch immers met zo'n junk omhoog.

Zelfs een huisarts ging aan hem voorbij
die zag hem wel maar toonde totaal geen medelij
zat maar wat schichtig om zich heen te kijken
om hem vlug en mogelijk ongezien te ontwijken.

Hetzelfde overkwam hem met zijn eigen predikant,
die had aan druggebruikers sowieso al het land
eerdere gesprekken hadden de dominee geleerd
dat de man zich van zijn foute leven niet had afgekeerd.

Een oude boerin kwam voorbij en zag hem aan,
haar gemoed schoot vol en zij was direct met hem begaan,
met paard en wagen bracht zij hem over naar haar boerderij
waar zij hem liefdevol verzorgde en tussen schone lakens lei.

Wekenlang is zij niet van hem geweken
zonder haar hulp zou hij zeker zijn bezweken,
door haar beleid van naastenliefde en puur menselijkheid,
raakte hij, al was het moeilijk, maar toch voorgoed….
zijn verslaving kwijt.

Soms komt er hulp uit niet verwachte hoek
dat lees je dan wel eens in een imponerend boek.
Al is er nog maar een sprankje van leven
 zo’n stakker mag je toch niet gewoon opgeven.

Maar wat hebben u en ik hiervan dan nu geleerd
wat hadden wij gedaan
als wij hem daar toen waren gepasseerd……….?

Van vermeend Russisch deserteur tot Vriezenveense burgermeester

Hij dacht zomaar de Oekraïne te kunnen overlopen. Een fatale misrekening ten koste van vele dodelijke slachtoffers. Aanvankelijk boekten ze terreinwinst maar nu zijn de Oekraïners een tegenoffensief begonnen en heroveren zij steeds meer eigen grondgebied. De Russen slaan halsoverkop op vlucht. De Oekraïners zijn efficiënter, beter militair gemotiveerd dan de Russen. Om alsnog de oorlog en zijn politieke hachje te redden heeft de machtswellusteling van het Kremlin, Vladimir Putin, nu 300.000 reservisten opgeroepen. Duizenden en duizenden echter verlaten ijlings hun moederland. Ze willen niet vechten in een oorlog, die niet de hunne is en zij deserteren massaal.

De Vriezenveense geschiedenis kent één bekende historische persoon die zich ooit schuldig zou hebben gemaakt aan desertie uit het Russisch leger. Deze bewering wordt geuit door een ander historische persoon. 

Jan Kruijs, is een telg uit het bekende koopmansgeslacht Kruijs en hij was de laatste schout (1818-1825) en de eerste burgemeester van Vriezenveen (1825 - 1830) Hij schreef tijdens zijn regeerperiode twee dagboeken. Deze bevatten veel dorpsinformatie op zakelijk, sociaal, medisch, landbouwkundig en weerkundig gebied.

Dr. Lambertus Jonker was huisarts te Vriezenveen. Hij was zeer nauwkeurig in de beschrijving van het Vriezenveense leven, de taal, en gebruiken. Hij legde dat vast in een twaalftal boekjes.

In 1780 vertrekt de dan veertienjarige Jan Kruijs naar Sint Petersburg. Hij treedt in dienst bij Kruijs, Engberts & Co, de onderneming van zijn vader Claas en diens compagnons. Volgens de bedrijfsinformatie staat Jan daar van 17 november 1781 tot 30 december 1789 als werknemer geregistreerd. Zijn broers Johannes en Gerhardus woonden en werkten daar eveneens. Zij onderhielden via briefwisseling contact met het thuisfront te Vriezenveen. In 1783 schrijft men over Jan dat hij “voorspoedig gaat, plaisirig is en nu gaat spreeken”. Jan was dus de Russische taal machtig. In 1789 keerde Jan terug naar Vriezenveen. Na zijn terugkeer onderhield hij vooral met zijn broers Johannes en Gerhardus te Sint Peterburg schriftelijk contact.

Johannes schrijft aan het einde van de 18e eeuw, dat hij vermoedt dat Jan helemaal geen zin meer heeft om nog eens naar Rusland te gaan en dat hij Rusland gauw zou vergeten. Johannes zei dat hun wederzijdse vrienden in Rusland zich verwonderden over het feit dat Jan nog niet één keer een brief geschreven heeft. Met name noemde hij M. Petrowits die graag een bericht van Jan zou willen ontvangen.

In één van de aantekeningen van dr. Jonker vermeldt hij dat Jan als Russisch soldaat deserteerde. Het zou zo maar kunnen zijn dat Jan in het licht van de komende Europese spanningen opgeroepen werd in het Russisch leger en dat hij daar geen zin in had. Dit laatste is een aanname; de exacte toedracht waarom hij deserteerde is niet bekend. Dát hij deserteerde mogen we aannemen, gezien het feit dat dr. Jonker een serieus amateurhistoricus was die uit allerlei bronnen zijn aantekeningen opschreef in de bekende “zwarte boekjes van Jonker”. Van de andere jongelui uit Vriezenveen in St Petersburg lezen we daar niets over.

Jan Kruijs heeft veel geschreven over allerlei zaken maar over zijn desertie geen woord. Hij had geen zin om te vechten in een oorlog die de zijne niet was. Hij had vast begrip gehad met die huidige Russische deserteurs en zou hebben getreurd om al die gedode Oekraïners en ontgoochelde en  gedode Russen, als kanonnenvoer zinloos geofferd aan Putin.

Oorlog is waanzin, kent geen winnaars, alleen maar verliezers!

De winkel van Stefan Schipper

 

Eenmaal binnen is het alsof je een andere wereld binnenstapt. In de kleine compacte ruimte is het overvol en is haast elke plek benut om aan zijn professie uiting te geven. Enkele attributen verraden de voorliefde voor rock en de ruimte ademt de sfeer van een donkerbruin rockcafé. Door verbazing overrompeld val ik stil en kijk gebiologeerd om mij heen. Overal staan en hangen foto’s in verschillende formaten. Foto’s van mensen in nogal uiteenlopende poses, die vanuit hun vervagende achtergrond naar voren treden en de aandacht opeisen. En al die foto’s creëren dat beeld wat mij sinds Rembrandt al zo lang bekoort: “dat spelen met het licht”. Fraaie geromantiseerde foto’s waar men in kan verdwalen om in gedachten daarin nog verborgen dimensies te ontdekken. Maar je moet er wel oog voor hebben. Enkelen kunnen mij wat minder bekoren, smaken verschillen nu eenmaal. Maar alle foto’s hebben dezelfde uitstraling van; wow… hier is een echte vakman aan het werk geweest. Die verscheidenheid zegt genoeg over het artistieke en creatieve vermogen van de fotograaf.

Boven de toonbank van de fotozaak aan het Westeinde hangt de wand vol met portretten, allen stijf tegen elkaar aangeplakt, elke vierkante centimeter benut. Portretten van personen, die ik herken als zangers, artiesten, musici, politici, vredestichters en andere wereldverbeteraars. Het zijn foto’s van nationale en internationale bekendheden, van Bennie Jolink (Normaal) tot Desmond Tutu, om maar enkele te noemen.  Om die foto’s naar waarde te kunnen schatten moet je de omstandigheden weten hoe deze tot stand zijn gekomen. Hoeveel tijd, inspannings- en doorzettingsvermogen het de fotograaf moet hebben gekost om met elke afzonderlijke grootheid in gesprek en tot een fotoshoot te komen. 

Stefan Schipper is goed van de tongriem gesneden, heeft de skills om op elk niveau verbaal te acteren om op ontwapenende wijze die personen voor zich te winnen. Tijdens fotoshoots hoor je zijn tomeloze woordenstroom, die gelijk op lijkt te gaan met het klikken van de camera. Met veel humor tovert hij zo de personen in de gewenste poses en verschijnt er een lach op hun gezicht.

Hij bevestigt, dat een foto het beste middel is om de herinneringen voor de mensen vast te houden. Een foto is een waarheidsgetrouw bewijs van een feit in tijd en plaats dat voor altijd wordt vastgelegd en kan uitgroeien tot een historisch document.

Stefan Schipper wordt bestempeld als eigentijds – en eigenzinnig en is dé fotograaf van Twente en de meest onderscheiden fotograaf van Nederland. Hij is benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. In 2014 ontving hij te Rome van de Europese Federatie van Fotografen de internationale erkenning als portretfotograaf die voldoet aan de Europese vastgestelde eisen en artistieke normen.

Van zijn hand zijn een aantal fotoboeken met (inter)nationale grootheden van hun tijd verschenen. Het is te overwegen om deze, naast die van andere unieke Vriezenveners, voor de geschiedenis veilig te stellen en ze toe te voegen aan de collectie van het Historisch Museum Vriezenveen.


© Gert Pape


de vuurwerkramp van Enschede

 We keken over de rand van een muur en hij zei: "daar liggen er vijf". Ik staarde naar een hoop stenen, verbrokkelde restan...